Home

Cambrium: het ontstaan van alle huidige diergroepen

Cambrium: ca. 540 tot 500 miljoen jaar geleden

Deze periode is genoemd naar Cambria (de Latijnse benaming voor Noord Wales),† waar de eerste†afzettingen uit dit tijdperk zijn gevonden.

Na de ijstijd aan het eind van het ProterozoÔcum, kreeg het leven een nieuwe impuls. Er ontstonden in zeer korte tijd een heleboel nieuwe soorten, waarmee de basis werd gelegd voor de soorten van tegenwoordig.

De aanblik van de†aarde in het Cambrium

Aan het begin van het Cambrium lagen alle continenten bij elkaar rond de zuidpool. Van het zuidelijk gelegen continent Gondwana liet tegen het eind van het Cambrium de plaat los waarop het kleine continent Avalonia lag. Dit continent vormde de geboortegrond van Noordwest-Europa en dus ook van Nederland.de ligging van de continenten in het Cambrium

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††de ligging van de continenten in het Cambrium†††


Op het land kwamen nog geen planten of dieren voor. Wel waren er bacteriŽn en schimmels, die de rotsen bedekten.

Het zeeniveau steeg tot grote hoogten: aan het einde van het Cambrium lag het enkele honderden meters hoger dan tegenwoordig.


Baltica: de geboortegrond van Nederland
De atmosfeer in het Cambrium

Door de toenemende fotosynthische activiteit van de cyanobacteriŽn en de eerste plantaardige cellen werd het zuurstofgehalte in de atmosfeer hoger dan in het ProterozoÔcum.
Uiteindelijk bestond ongeveer 15 % van de atmosfeer uit zuurstof.†Tegenwoordig is dit ongeveer 20%.
De rest van de atmosfeer bestond o.a. uit koolstofdioxide en stikstof.

De temperatuur in het Cambrium

Er was een eind gekomen aan de barre ijstijden van het Laat-ProterozoÔcum en de temperatuur op aarde nam weer toe.

Het leven in het Cambrium

Door de†wereldwijde ijstijd aan het eind van het ProterozoÔcum†waren veel soorten uitgestorven. Alleen bij warme bronnen en in de diepzee had het leven zich weten te handhaven. Zodra het ijs op de oceanen was weggesmolten nam de fotosyntheseactiviteit van de cyanobacteriŽn en de eerste plantaardige cellen sterk toe, omdat ze weer voldoende zonlicht kregen en er zich bovendien veel voedingsstoffen in het water†hadden opgehoopt.
Het leven op aarde kreeg een enorme impuls.

Het aantal fotosynthetiserende organismen nam explosief toe door de grote hoeveelheid beschikbaar voedsel. Zij vormden een grote voedselbron voor het dierlijke leven, waardoor het dierlijke leven in de warme†kustzeeŽn ook explosief kon toenemen.
In korte tijd ontstonden veel nieuwe soorten: De meeste diergroepen (fyla) van tegenwoordig ontstonden in deze periode, bijvoorbeeld de weekdieren (zoals de slakken), de geleedpotigen (zoals de insecten, spinnen en kreeften) en†de stekelhuidigen (zoals de zeeŽgels).

In de periodes daarna ontstonden er wel†nieuwe soorten†binnen deze fyla, maar echt nieuwe diergroepen ontstonden er niet meer.†
De nieuwe soorten hadden nog geen†inwendig skelet. Een aantal van hen had een uitwendig pantser, dat bescherming en versteviging bood.
Er waren dus nog geen echte gewervelde dieren aanwezig. Wel was er een diertje met een primitieve ruggengraat: Pikaia. Dit diertje stond aan het begin van de ontwikkeling van de gewervelde dieren,† zoals de amfibieŽn, de reptielen, de vogeles en de zoogdieren.

Sommige van deze nieuwe diergroepen stierven aan het einde van deze periode uit. Andere waren het uitgangspunt voor de bouw van de diergroepen van tegenwoordig.

Een bekende groep fossielen uit het Cambrium is afkomstig uit de Burgess Shale-formatie in Canada. De groep fossielen die hier is gevonden, geeft een goed beeld van de diversiteit aan soorten en vormen die in het Cambrium voorkwam. Burgess Shale fossielen zijn bizar uitziende dieren. Ze leefden op de zeebodem en lijken nauwelijks op de (zee)dieren die we vandaag de dag kennen.†


Burgess Shales: Marella en Opabinia

De belangrijkste diergroepen in het Cambrium zijn de trilobieten en de Brachiopoda (de armpotigen). De trilobieten waren een zeer diverse groep. Het waren geleedpotigen, net zoals de tegenwoordige†duizendpoten, spinnen, insecten en kreeften.† Ze leefden in ondiepe zeeŽn en hadden een pantser van chitine. De pantsers van bijvoorbeeld spinnen zijn van hetzelfde materiaal gemaakt.
De eerste†armpotigen hadden ook een schelp van chitine, met kalkfosfaat erdoor. Aan het eind van het Cambrium kwamen†armpotigen met kalkschalen tot grote bloei.†

Verder lezen:

Trilobieten