Home

Micro-organismen domineren, de rest komt veel later pas

 

Uit een moderne 'stamboom', die het verloop van de evolutie van het leven als geheel aangeeft, blijkt overduidelijk dat de biodiversiteit steeds werd, en nog altijd wordt, gedomineerd door de micro-organismen. De micro-organismen vormen twee domeinen, Bacteria (= Eubacteria) en Archaea (= Archaebacteria). Ze zijn als de zeer complexe groep Protista met talloze soorten ook in het derde domein, dat van de Eucarya, prominent aanwezig. Binnen de Eucarya treffen we bovendien de planten, de fungi (schimmels, paddestoelen) en de dieren aan. We noemen dat drie rijken, maar het zijn in feite slechts drie van zeer vele lijntjes in een warrig geheel.

De absolute datering van de evolutionair vroege splitsingspunten is zeer problematisch en in elk geval niet goed op basis van fossielen mogelijk. Dat komt bijvoorbeeld omdat Eucarya als fossiel niet altijd met zekerheid van prokaryoten (Bacteria & Archaea) te onderscheiden zijn. Wel kan onder voorbehoud worden gesteld dat de eerste meercellige eukaryoot, de bandvormige alg Grypania spiralis (tot 2 mm breed en 15 cm lang), zo'n 2,1 miljard jaar geleden ontstond en heel lang niet of nauwelijks andere meercellige organismen naast zich had. Pas 1,2 miljard jaar geleden kwamen er met zekerheid wat andere meercellige algen bij, en vanaf 1,0 miljard jaar geleden kennen we een handjevol meercellige fossielen, waaronder wormachtige vormen.

Hoewel fossielen in feite altijd een inkompleet beeld opleveren, lijkt de extreme armoede aan soorten meercellige Eucarya, die honderden miljoenen jaren duurde, een redelijk betrouwbaar feit. In een schematische stamboom valt dit niet eenvoudig aan te geven.
Pas de Ediacara fauna (0,6 miljard jaar oud, nog in het Precambrium dus) laat overblijfselen van veelvormig meercellig leven zien, in tientallen soorten. Opvallend is de grootte van deze raadselachtige organismen (tot ca. 1 meter diameter). Ze worden door sommigen als heel aparte levensvormen beschouwd (Vendobionta), zonder nakomelingen in latere tijdperken.
Nog net in het Precambrium worden de eerste meercellige organismen met een extern skelet aangetroffen (Cloudina).

In het Cambrium tenslotte, afhankelijk van de definitie beginnend 544 of 530 miljoen jaar geleden (zie Science 261, 1993: 1293-1298), zien we in de Tommotian fauna, 530 miljoen jaar geleden, de 'Big Bang' in de evolutie van het meercellige dierlijke leven: in een relatief zeer korte periode van 5 ą 10 miljoen jaar ontstaan vrijwel alle huidige phyla en nog heel wat meer basale bouwplan-typen, met tal van soms bizar ogende soorten, die vooral door de beroemde Burgess Shale fossielen bekend geworden zijn.