Home

Na 1950: aardolie, gas en kernenergie

De economische opbloei na de Tweede Wereldoorlog zorgde voor een toename van de vraag naar energie.

aardolie

Aan het eind van de 19e eeuw werd aardolie ontdekt als energiedrager. Eerst werd het alleen gebruikt voor de fabricage van lampolie, maar met de ontwikkeling van de motor als aandrijving voor autos en schepen, werd de fabricage van benzine en dieselolie al snel belangrijker.

Aanvankelijk werd in Nederland aardolie uit verre landen zoals Venezuela, Nederlands-IndiŽ of Saudi ArabiŽ geÔmporteerd. Enorme olietankers transporteren de energiebron over grote afstanden. Maar ook de ondergrond van de Noordzee is rijk aan olie. Voor de exploitatie ervan wordt gebruik gemaakt van olieplatforms.

aardgas

Als bijproduct van de olieboringen, ging men rond 1950 een andere energiebron benutten: aardgas. Nog geen tien jaar later werd in Nederland ťťn van de grootste aaneengesloten gasreserves ter wereld aangetroffen: Slochteren.

Men ging deze energiebron toepassen in huishoudens, industrie, landbouw en voor de productie van elektriciteit. Daartoe werd in korte tijd in het gehele land een aardgasnetwerk aangelegd. Aardgas vormt bovendien nog steeds een belangrijk export-artikel voor ons land.

kernenergie

Als alternatief voor aardolie en aardgas werd in de jaren zestig kernenergie als toekomstige energiebron gezien. Na enkele ongelukken wereldwijd, door de problematiek van de opslag van radio-actief afval en door de hoge kosten die verbonden zijn aan het uit gebruik nemen van een kerncentrale, moest gezocht worden naar nieuwe, duurzame energiebronnen.