Home

De Gouden Eeuw: turf

Terwijl de industrie rond 1500 vooral op wind- en waterenergie draaide, stapte men 200 jaar later in de Gouden Eeuw over op andere energiebronnen.

De groeiende bevolking en het daarmee toenemende gebruik van hout leidde tot ontbossing, waardoor de mens naar andere energiebronnen uit moest gaan zien. Door de schaarste aan hout werd in Noordwest-Europa veel gebruik gemaakt van turf.

Veen werd direct uit de toplaag van de grond gestoken. In gedroogde vorm (turf) was het een goed alternatief voor hout in het huishouden (verwarming, koken).

Veen was echter niet overal te vinden zoals dat vroeger met hout wel het geval was. In Nederland werd veen eerst in het Hollandse kustgebied, zoals bij Loosdrecht en Reewijk gewonnen. Inmiddels zijn hier door het uitsteken van de grond ondiepe meren ontstaan.

Door toenemende vraag en uitputting van wingebieden werd veen later vooral in Drente en Oost-Groningen gewonnen, maar ook in de Peel. Om veen te kunnen ontginnen was een goede afwatering nodig. De rechte kanalen, die daarvoor gegraven werden, dienden ook voor het vervoer.