Home

Vanaf de prehistorie tot de middeleeuwen: spieren, wind en vuur

Mensen hebben altijd energie gebruikt. Door de tijd heen hebben we steeds betere manieren bedacht om energie om te zetten in een vorm die we kunnen gebruiken.

Spierkracht

De allereerste mensen hadden dezelfde energiebronnen tot hun beschikking als alle andere dieren. Door voedsel tot zich te nemen konden ze de energie daaruit omzetten in spierkracht. Hiermee konden ze zich bewegen, verplaatsen en dingen maken en transporteren.

Later werden ook gedomesticeerde dieren gebruikt om spierarbeid te verrichten; ossen, paarden en ezels kunnen lasten vervoeren of mechanieken in beweging zetten. Ook de spierkracht van andere mensen, slaven, werd gebruikt om arbeid te verrichten.

Vuur

Vuur is misschien de eerste vorm van energiegebruik waarmee de mens zich onderscheidde van alle andere levensvormen op Aarde. Het gebruik van hout als brandstof om vuur te maken was al bekend bij onze directe voorouder, Homo erectus. Deze leefde ongeveer anderhalf miljoen jaar geleden.

Het vuur werd gebruikt om te koken, licht te maken en zich te verwarmen.

Met het gebruik van hout voor vuur en als bouwmateriaal begon de mens ook zn leefomgeving op grote schaal te veranderen. Er kwamen steeds meer toepassingen voor het vuur bij. Zo werd het bijvoorbeeld gebruikt bij het maken van aardewerk of het smelten van ijzer uit ijzererts.

Als gevolg hiervan trad in sommige landen zoals in Nederland en Engeland ontbossing op.

Wind

Wind als energiebron werd het eerst toegepast door de oude Egyptenaren, ongeveer 5000 jaar geleden. Zij gebruikten de wind voor aandrijving van hun zeilschepen.

Later ging men windmolens toepassen voor aandrijving van maalstenen, houtzagen, persen en andere werktuigen.