Home

Hoe kies ik een onderwerp voor mijn profielwerkstuk?

Als je een profielwerkstuk gaat maken moet je eerst een onderwerp kiezen en onderzoeksvragen formuleren.

Heb je deze eerste stap goed genomen, dan zal het uitwerken van je werkstuk des te sneller verlopen.

Hier†lees†je†hoe je een onderwerp kiest en hoe je onderzoeksvragen kunt formuleren.

Stap 1: Breng de eisen waaraan je moet voldoen in kaart
  • Vraag aan je docent een lijst van eisen waaraan jij en je werkstuk moeten voldoen. Als de docent wil dat je dat zelf bepaalt, vraag je naar de examenprogramma's van je profielvakken. Deze kun je ook op internet vinden.
    Kijk bij www.cfi.nl. Ga naar 'vo' en zoekt op de term 'examenprogramma'. In de domeinen en de beschrijving van het schoolexamen vind je de doelstellingen, dat is wat je moet kennen en kunnen.
  • Vraag naar de (controle)lijsten aan de hand waarvan het werkstuk beoordeeld gaat worden, zodat je een globaal idee krijgt hoe je docent naar je werk kijkt en†waar hij op zal letten voor het cijfer.

Lees beide lijsten door en houd de eisen in je achterhoofd bij het kiezen van je onderwerp. Belangrijk is bijvoorbeeld dat:

  • een profielwerkstuk met de vakinhoud van tenminste twee (deel)vakken uit het profiel te maken moet hebben;
  • je er blijk van moet geven dat je je een aantal vaardigheden hebt eigen gemaakt (domein A);
  • je een geschikte presentatievorm kiest;
  • uit je werkstuk blijkt dat je er voldoende tijd in hebt gestoken (voorgeschreven studiebelasting).

Kijk tijdens het maken van je werkstuk regelmatig of je nog in voldoende mate aan de eisen voldoet.


Stap 2: De eigenlijke keuze en het afbakenen van het onderwerp
  • Kies een (of meer) onderwerp(en) en bepaal welke vakken hierbij passen.
  • Of kies twee profielvakken en ga je oriŽnteren op onderwerpen binnen deze vakken.
  • Streep onderwerpen waar je niet al enigszins vertrouwd mee bent en/of die je niet echt interesseren weg. Het kiezen van een heel nieuw onderwerp houdt het gevaar in dat het verkennen van het onderwerp te veel tijd kost. Je weet niet waar de valkuilen liggen en of je het onderwerp wel aankunt.
  • Inventariseer alles wat je over een (of meer) onderwerpen weet. Praat er met†je medestudenten†over, lees kranten en†gemakkelijk toegankelijke publicaties, luister naar radio en tv, zoek eens op internet enzovoort.
  • Schrijf alles wat je over een onderwerp invalt of te weten komt in trefwoorden op. Dit helpt je te ontdekken welke aspecten er aan een onderwerp zitten en met welke vakken het te maken heeft.
  • Laat onderwerpen vallen die niet voldoen aan de eisen van een profielwerkstuk, waar moeilijk voldoende literatuur over te vinden is, of die zo breed zijn dat je er niet diep in kunt duiken.
  • Streep trefwoorden die een onderwerp te breed maken weg.
  • Noteer op een apart velletje papier je eigen vragen bij een onderwerp.
  • Laat de ideeŽn een poosje rusten. Probeer vervolgens verbanden te leggen tussen trefwoorden.
  • Orden de gegevens die je tot nog toe hebt verzameld en let goed op wat hoofd- en bijzaken zijn. Bepaal ook welke vragen relevant zullen zijn voor het formuleren van de titel van het onderwerp, de vraagstelling en de doelstellingen.

Onderwerpen waar behoorlijk wat discussie over is zijn vaak heel geschikt. Je kunt je eigen oordeel vormen en bijvoorbeeld onderzoeken of een standpunt uit de literatuur houdbaar is.

Pas bij het maken van je keuze op voor een aantal bekende valkuilen als:

  • Onderwerpen waar je te sterk bij betrokken bent. Het is dan te moeilijk om afstand te bewaren en voldoende objectief te blijven.
  • Je wilt teveel. Je bent tť ambitieus. Je probeert b.v. een gecompliceerd onderwerp volledig te beschrijven.
  • Je denkt van te voren al zeker te weten op welk antwoord je zult/wilt uitkomen. Het gevaar bestaat dan dat je naar het antwoord toe gaat werken, dat je blind bent voor alternatieve antwoorden.


Stap 3: Het formuleren van de onderzoeksvraag, de deelvragen en de hypothese

Wanneer je het onderwerp van je profielwerkstuk hebt bepaald en afgebakend formuleer je zo nauwkeurig mogelijk wat je wilt onderzoeken: dat is de onderzoeksvraag. Let hierbij op het volgende:

  • Blijf inperken en afbakenen! Een scherp geformuleerde en goed afgebakende onderzoeksvraag is absoluut nodig om een goed profielwerkstuk te kunnen afleveren.
  • Gebruik eenduidige woorden en begrippen. Door het gebruik van te algemene begrippen/woorden ontstaat vaagheid. Soms moet je daartoe een begrip specifiŽren. Dat betekent dat je een vaag woord of een woord dat naar een te grote verzameling verwijst, moet vervangen of van nadere kenmerken moet voorzien.

Soorten onderzoeksvragen:

  • Beschrijvende of beeldvormende: op grond van onderzoek beschrijf je een situatie of persoon.
  • Vergelijkende: je wilt overeenkomsten en/of verschillen boven tafel krijgen.
  • Verklarende: je wil antwoord op de vraag 'hoe komt het dat?
  • Waardebepalende/evaluerende: je geeft een (waarde)oordeel over een onderwerp.
  • Voorspellende: je onderzoekt, bouwt een theorie op en voorspelt hoe iets in de toekomst zal zijn.
  • Probleemoplossende of regelgevende: je probeert op grond van onderzoek een bijdrage te leveren aan de oplossing van een probleem.

Verdeel de onderzoeksvraag in een aantal duidelijk geformuleerde deelvragen. Met de onderzoeksvraag en de deelvragen maak je duidelijk wat je wel en niet wilt behandelen.

In de deelvragen wordt gevraagd naar het wie, wat, waar, hoe, waarom, waarmee enzovoort. Voorbeelden:

  • Wie of wat doet het?
  • Welke kenmerken heeft het?
  • Welke methode wordt ervoor gebruikt?
  • Waar is het een onderdeel van?
  • Wanneer is het begonnen of geŽindigd?

Vervolgens stel je de hypothese op. In de hypothese formuleer je vooraf welke uitkomsten je verwacht, ofwel je voorlopige theorie ter verklaring van verschijnselen.

Daarna†kun je je hypothese in een werkstuk gaan uitwerken. Succes!

Klik hier voor een overzicht van interessante websites voor profielwerkstukken