Home

Sneeuwbal-aarde

Tegen†het eind van het ProterozoÔcum†(ca. 600 miljoen jaar geleden) vond de grootste ijstijd uit de geschiedenis van de aarde plaats.
De oceanen waren zelfs tot op grote diepte bevroren, hoewel er vermoedelijk rond de evenaar nog wel enig open water aanwezig was.
De aarde was†verder grotendeels bedekt met sneeuw en ijs en zag eruit als een grote sneeuwbal.†

Er wordt verondersteld dat†een oorzaak†hiervan was, dat het ijs op aarde het zonlicht erg sterk weerkaatste. Ook zouden er in die tijd weinig broeikasgassen in de atmosfeer hebben gezeten. Hierdoor daalde de temperatuur op aarde sterk. De hoeveelheid ijs op aarde nam toem, waardoor de temperatuur steeds verder afnam.† Dit ging door tot vrijwel de hele aarde bedekt was met ijs.

De zonkracht†was nog niet sterk genoeg om de ijsvorming tegen te gaan, omdat ze nog jong was en een kleiner stralend oppervlak had dan tegenwoordig.†Doordat er weinig broeikasgassen in de atmosfeer zaten, werd de zonnewarmte ook nauwlijks vastgehouden door de atmosfeer.

Op de ijsplaneet was alleen nog leven mogelijk op plaatsen waar de aarde van binnenuit† warmte afgaf. Het leven beperkte zich tot hete bronnen, bijvoorbeeld in de diepzee.† Dit wordt het sneeuwbal-aarde model genoemd.

Gevolgen van de ijstijd

De ijslaag†op de oceanen werkte als een deksel op een pot. Er was geen uitwisseling van gassen mogelijk tussen het water en de atmosfeer.

In de diepzee traden hevige chemische veranderingen op, omdat het vulkanisme gewoon door ging. Bij de vulkaanuitbarstingen in de diepzee kwamen giftige stoffen en ijzerdeeltjes vrij, die zich in het water ophoopten. Dit maakte de†omstandigheden zwaar voor het leven.

De vulkaanuitbarstingen op het land zorgden voor een stijging van het koolstofdioxidegehalte in de atmosfeer, waardoor er† een broeikaseffect ontstond.
Als gevolg van het broeikaseffect nam de temperatuur op aarde toe en het ijs begon te smelten.

Na de ijstijd

De cyanobacteriŽn†die de ijstijd overleefd hadden begonnen de ijzerdeeltjes die zich door de vulkaanuitbarstingen in het water hadden opgehoopt als voedingstoffen te gebruiken. Nadat het ijs over de oceanen was weggesmolten, vonden er hevige fotosynthesereacties plaats, omdat ze weer zonlicht tot hun beschikking hadden en er voldoende voedingsstoffen aanwezig waren in het water. De fotosynthetische activiteit had een sterke stijging van het zuurstofgehalte†in de† atmosfeer tot gevolg.

Invloed van de ijstijd op het leven

De sterke zuurstoftoename na de ijstijd veroozaakte het uitsterven van veel soorten. Deze soorten konden zich niet aanpassen aan de veranderende omstandigheden en hadden met name problemen met†de toename van de (voor hen giftige) zuurstof.

De soorten die het overleefden zorgden voor een enorme bloei van het leven. De periode na de ijstijd is te vergelijken met de lente na een strenge winter: De zwakkeren hadden het niet overleefd en de sterkeren begonnen zich voort te planten, waarbij†vele nieuwe soorten ontstonden. Omdat er zoveel soorten waren uitgestorven, waren er ook veel leefgebieden (niches) vrijgekomen, die nu bezet konden worden door nieuwe soorten.

Omdat er zoveel veranderingen optraden in het leven, wordt† de periode na de ijstijd beschouwd als het begin van een nieuw tijdperk: Het Cambrium.