Padden trekken er vroeg op uit |
De paddentrek is weer begonnen. Door het zachte weer is de trek iets vroeger op gang gekomen dan in andere jaren, maar bioloog Hans Adema van Naturalis ziet geen verband met de opwarming van het klimaat: "Het is logisch dat padden in een zacht voorjaar eerder op pad gaan dan wanneer het koud is, dat is altijd zo."

Rugstreeppad (Bufo calamita). Foto: Sietske Dijksen.
Wanneer vindt de paddentrek plaats?
Van oudsher loopt de paddentrek van eind februari tot begin april. In de Leidse Hortus Botanicus begon de trek dit jaar exact op 17 maart en dat was vier dagen eerder dan in andere jaren. Hans Adema heeft het opgetekend in een boekje waarin hij de paddentrek in de Hortus al sinds 1975 bijhoudt.
Waar trekken de padden heen?
De padden trekken van de plek waar ze overwinteren naar een plaats waar ze met elkaar kunnen paren. Dat kan een sloot, een ven of een vijver zijn. In ieder geval stilstaand water, liefst waar ze zelf geboren zijn. Zo gauw het paren is afgelopen trekken de padden weer van de paarplaats weg.
Waar leven padden?
Padden leven hoofdzakelijk op het land, vaak ver van het water. Ze overwinteren in een holletje onder de grond, bijvoorbeeld een muizenhol, onder een steen of een hoop bladeren. Behalve om te paren en hun eieren te leggen komen ze verder maar zelden in het water. De meeste soorten hebben dan ook bijna geen zwemvliezen.

De paddentrek vindt 's nachts plaats. Padden die in Noordwijk aan Zee leven maken onder meer gebruik van deze poel.

Op veel plaatsen worden wegen afgesloten, om te voorkomen dat auto's overstekende padden overrijden.

Deze gewone pad (Bufo bufo) heeft veilig de overkant bereikt.

Waar wegen niet kunnen worden afgesloten brengt men gaas in de berm aan.
Padden vallen in emmertjes die op regelmatige afstanden zijn ingegraven. Elke morgen worden de emmertjes door vrijwilligers naar de overkant van de weg gedragen en daar geleegd. De padden kunnen veilig hun weg vervolgen.
Wat brengt de trek op gang?
De trek van padden naar de paarplaats, en vervolgens weer terug, wordt op gang gebracht door een bepaalde combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid. Als het warm en droog is komen de padden uit hun winterverblijf te voorschijn en trekken ze naar de paarplaatsen. Onderweg worden de vrouwtjes letterlijk besprongen door de veel kleinere mannetjes die dan verder op de rug van het vrouwtje meeliften tot de paarplaats. Zo reserveren de mannetjes alvast een vrouwtje, concurrerende mannetjes worden weggetrapt. Zodra ze gepaard hebben en eieren hebben gelegd gaan ze terug, maar alleen als het warm is en regent.
Bij het ontwaken van padden uit hun winterslaap spelen ook hormonen een rol. De winterslaap zelf is nodig om de hormoonwerking in goede banen te leiden. Als de dag-nachtlengte aan het eind van de winter verschuift en de temperatuur hoger wordt verandert de hormoonhuishouding, waardoor de dieren wakker worden. De trek- en paardrang komt dan op gang.
Kennelijk weten terrariumhouders de natuurlijke omstandigheden waarin padden leven slecht na te bootsen. Hans Adema heeft namelijk waargenomen dat padden die in een terrarium gehouden worden geen trek- en paardrang krijgen. Dit schijnt te maken te hebben met het feit dat de dieren geen winterrust krijgen, met alle gevolgen voor hun hormoonwerking.