Home

Wat vertellen fossiele skeletten?

Alhoewel sommige mensen misschien nog denken dat de wetenschap die zich bezighoudt met o.a. het meten van schedels uit de tijd is, geldt ook hier zoals bij elke wetenschap "meten is weten".

Skeletonderzoek blijkt zeer nuttig bij de identificatie van personen (denk hierbij aan rampen en aan het oplossen van misdaden). Vaak is er van een mens niet veel meer over dan wat beenderen. Maar juist het skelet geeft prachtige handvatten om door de tijd te reizen, mits goed bewaard kan het skelet veel informatie geven over het ooit levende individu: zoals over lengte, leeftijd, geslacht, ziektes en eventueel de doodsoorzaak. Door de bestudering van het skelet kunnen we ook veel verder terug in de tijd en veel leren over de leefwijze van onze vroege voorouders. Skeletonderzoek is niet dood maar springlevend.

Dieren en weersomstandigheden hebben dit skelet (bij elkaar gehouden door huid en pezen) van een waterbok langs het meer van Nakuru (Kenia) tot nu toe ongemoeid gelaten. Na het leven van een dier spelen allerlei processen (vraat door roofdieren, erosie) een rol die invloed hebben op wat een paleontoloog uiteindelijk aan gaat treffen van het skelet.

Mannelijke (links) en vrouwelijke (rechts) Javaanse schedel. Globaal gesteld is de schedel bij de man vaak groter en zwaarder, bezit meer gemarkeerde spieraanhechtingsplaatsen, bezit minder een tendens om jeugdige kenmerken vast te houden en maakt vaak een minder ronde indruk dan die van de vrouw. Geslachtskenmerken komen variabel voor, ze kunnen van groep tot groep verschillen en hoeven niet altijd duidelijk aanwezig te zijn.

††† bron: Paul Storm