Home

Basis van het leven: planten

Planteneters eten gras en bladeren. Vleeseters eten planteneters. Sommige vleeseters eten andere vleeseters. Micro-organismen eten alles wat dood is en zetten het weer om in grondstoffen voor planten. Dit wordt de kringloop van het leven genoemd.

Maar aan het begin van het verhaal staan de planten. Zij worden de primaire producenten genoemd, omdat vooral zij ervoor zorgen dat er telkens nieuwe energie van de zon in het totale netwerk van groeiende, levende organismen op Aarde terechtkomt. Zonder die instroom van energie zou het leven op Aarde langzaam ophouden, als een electrisch apparaat waarvan de batterijen leegraken.

Het leven verliest de hele tijd energie aan de omgeving. Levende cellen verbruiken energie om te groeien, bewegen, delen en zichzelf in stand te houden. Die energie gaat uiteindelijk altijd in de vorm van warmte verloren. Die warmtestraling is een vorm van energie die voor altijd verloren is; de wereld om ons heen wordt er een onmerkbaar klein beetje warmer van en die warmte verdwijnt uiteindelijk in de ruimte. Gelukkig vullen planten die energie aan door zonlicht op te vangen. Dit proces wordt fotosynthese genoemd.

Onder de microscoop zie je in plantencellen kleine korreltjes zitten. Ze hebben een groene kleur. Er zijn er heel veel van; ze zijn de reden dat planten meestal groen zijn. Lichtgevoelige moleculen in die zogenoemde chloroplasten kunnen een deel van de energie uit het zonlicht tijdelijk opslaan. In de chloroplasten wordt die energie gebruikt om een heel belangrijke chemische reactie uit te voeren: Kooldioxide uit de lucht en water uit de bodem worden ermee omgezet in suiker (glucose, om precies te zijn) en zuurstof. Scheikundigen schrijven die reactie zo:

De zonne-energie die op deze manier in het suiker is opgeslagen kan in een omgekeerde reactie weer vrijkomen. De energie kan ook voor langere tijd opgeslagen worden in de vorm van bijvoorbeeld vetten. Alle levende cellen van planten en dieren kunnen op die manier aan energie komen om te groeien, delen en bewegen. Ze zetten de suiker met behulp van zuurstof weer om in water en kooldioxide. Eigenlijk is het een gecontroleerde vorm van verbranding. Er komt alleen natuurlijk geen vuur aan te pas. De energie die bij de chemische reacties vrijkomt wordt opgeslagen in de vorm van een klein, energierijk molecuul: ATP (Adenine Trifosfaat - Adenine Tri Phosphate in het Engels). Dit molecuul is de energiebron van alle reacties in een levende cel. ATP is de benzine in de motor van het leven.

Onder bepaalde omstandigheden kan leven ook bestaan zonder de hulp van zonlicht. Het is zelfs waarschijnlijk dat de eerste levensvormen op aarde op deze manier aan energie kwamen.