Home

Navelstrengbloed

Ouders laten tegenwoordig wel het bloed uit de navelstreng van hun pasgeboren kind invriezen. Als het kind dan later een erfelijke ziekte blijkt te hebben, is de gedachte, dan is er direct een voorraadje ingevroren stamcellen beschikbaar voor therapeutische doeleinden.

Dat lijkt een logische gedachte. In het navelstrengbloed zitten stamcellen die genetisch identiek zijn aan het kind. Ze zouden dus prima geschikt zijn om het zieke kind te behandelen. Bedrijven die hun diensten aanbieden om het bloed te bewaren claimen dat de stamcellen in de toekomst gebruikt kunnen worden om talloze aandoeningen, van leukemie tot dementie, te genezen.

Maar een probleem van die stamcellen is juist dat ze genetisch identiek zijn aan de donor. StamceltherapieŽn zijn vaak bedoeld om een genetisch bepaalde aandoening te behandelen. En stamcellen van een patiŽnt hebben dezelfde aandoening als de patiŽnt zelf; ze zijn op dezelfde manier beschadigd. Daarnaast zijn er ook risicos verbonden aan het invriezen en lang bewaren van de stamcellen. Er kunnen mutaties in het DNA optreden.

Tenslotte blijken de stamcellen uit de navelstreng niet zo flexibel meer te zijn als eerst werd aangenomen. Slechts een zeer klein percentage van de cellen is in staat om bijvoorbeeld nog zenuwcellen te vormen.

Het is zeker niet zinloos om navelstrengbloed van een pasgeboren kind op te laten slaan. Weliswaar lijkt het er nu op dat slechts een zeer klein deel van de stamcellen uit het bloed geschikt is voor therapeutische doeleinden, maar het onderzoek gaat door. Niemand kan nu voorspellen wat er over tien, twintig jaar mogelijk is.

terug naar 'Weefsels kweken'