Home

Hooggebergtetoendra

Belangrijkste kenmerken

Toendra is afgeleid van het finse woord 'tunturi' wat 'boomloze hoogte' betekent. Met een hooggebergte toendra wordt een type toendra aangeduid dat boven de boomgrens ligt. Vanwege de hoogteligging is de groei van bomen hier onmogelijk. In tegenstelling tot arctische toendra's is de bodem in hooggebergte toendra's niet permanent bevroren, en bestaat hij uit grof, goed gedraineerd materiaal.

Positie

Hooggebergte toendra's komen voor in gebieden met hoge gebergten. Naarmate de ligging dichter bij de evenaar is, moet de top hoger reiken om toendra-achtig te zijn.

In Europa komen hooggebergtetoendra's voor in de Alpen, PyreneeŽn en Kaukasus. In Noord-Amerika treffen we dit type toendra aan in de Rocky Mountains, de Cascades en Sierra Nevada. In AziŽ vormt de Himalaya een bekende hooggebergtetoendra. In de gematigde streken op het zuidelijk halfrond is hooggebergte zeldzaam. We kennen hier alleen de Andes en de Nieuw-Zeelandse Alpen.

Klimaat

Vanwege de hoogteligging heerst er op de hooggebergte toendra's een koud klimaat. De temperatuur neemt af naarmate de hoogte toeneemt. Per 100 meter stijging in de bergen daalt de temperatuur met ongeveer een halve graad Celcius.

Planten en dieren

Omdat de hooggebergte toendra boven de boomgrens ligt, komen er geen bomen voor. De plantengroei van hooggebergtetoendra's komt in grote lijnen overeen met die van arctische toendra's. De vegetatie bestaat voornamelijk uit mossen en korstmossen die de bodem gedeeltelijk bedekken. Tussen de vegetatie komen kale plekken voor. Ondanks de geringe plantengroei leven er diverse soorten grazers.

Leven op de hooggebergtetoendra

De plantengroei wordt bemoeilijkt door de lage zomertemperaturen, het korte groeiseizoen en de droge, bevroren bodems. De wortelzone van de bodem is ongeschikt voor de groei van bomen.
Op de hooggebergte toendra komen grazende zoogdieren voor met een zeer dikke wollige vacht als isolatie tegen de kou. Sommige zoogdieren hebben speciale aanpassingen in hun bloed om in de ijle, zuurstofarme lucht van het hooggebergte te kunnen overleven.
Vogels en kleine knaagdieren zijn succesvolle dieren in de ruige omstandigheden van het hooggebergte. Vogels zoals de adelaar en de condor zijn groot en krachtig: zij kunnen de krachtige winden in de bergen weerstaan. Kleine knaagdieren kunnen zich goed verstoppen in spleten en holletjes.