Home

Mangrove

Belangrijkste kenmerken

Mangrovebossen komen voor in de tropen en sub-tropen op de overgang van land naar zee, bijvoorbeeld in estuaria, bij lagunes of koraalriffen. Ze komen daar voor waar geen sterke stroming staat of sprake is van golfwerking. Daardoor kan fijn slib, aangevoerd door rivieren, bezinken.

Positie

Op het noordelijk halfrond komen mangrovebossen voor tot bij de Bermuda's en Japan (32 graden noorderbreedte), op het zuidelijk halfrond bij AustraliŽ en Nieuw-Zeeland (38 graden zuiderbreedte). Ook treffen we mangrove aan langs de westkusten van Afrika en Zuid-Amerika.

Klimaat

Mangrovebossen hebben een watertemperatuur nodig tussen 24 en 27 graden Celcius. Daarom vinden we ze voornamelijk in de gordel waar ook het tropische regenwoud groeit, maar ook in gebieden met een warme golfstroming.

Planten en dieren

Mangroven zijn enorm belangrijk als 'kraamkamer' van de oceaan. Veel vissoorten brengen hun jeugd in het ondiepe, voedselrijke water door. Zij weten zich tussen de wirwar van wortels van de mangrovebomen beschermd tegen roofvissen.

Leven in het tropisch regenwoud

Moeilijke omstandigheden voor het leven in mangrove zijn:

  • grote verschillen in zoutgehalten, door de aanvoer van zoet water in zee (afname zoutgehalte) of door verdamping van water (toename zoutgehalte)
  • sterke sedimentatie

Karakteristieke bewoners van het mangrovebos zijn slijkspringers en wenkkrabben.

Er zijn twee belangrijke groepen mangrovebossen: Rhizopora (rode mangrove) en Avicenna (zwarte mangrove). De meeste soorten komen voor in de Indische en Pacifische Oceaan (ongeveer 40 soorten). In het Caribisch gebied en bij Centraal-Amerika komen ongeveer 8 soorten voor.