Home

Grasland

Belangrijkste kenmerken

De vegetatie wordt overheerst door grassen (Gramineae) of grasachtige soorten zoals zegges en russen (Cyperaceae en Juncaceae). De meeste graslanden kennen weinig hoogteverschillen (reliŽf) en komen over de hele wereld in uiterlijk min of meer met elkaar overeen.

Positie

Graslanden beslaan ongeveer 4 tot 8% van het aardoppervlak. Ze komen vooral voor in Noord- en Zuid-Amerika, EuraziŽ en Nieuw-Zeeland. Veel van deze gebieden zijn in gebruik als landbouwgrond. Het gebruik door de mens (veeteelt, branden) betekent een zware belasting van de natuurlijke graslanden.

Klimaat

De verspreiding van graslanden strekt zich uit over de hele wereld in gebieden waar gedurende het jaar naast een nat ook een droog seizoen voorkomt.

Planten en dieren

Over de hele wereld worden graslanden gedomineerd door grazende dieren. Dit is vooral het geval in de gematigde streken. Sommige onderzoekers denken dat deze begrazing de oorzaak is van het ontstaan van gematigde graslanden. De ontwikkeling van grazende dieren tijdens de evolutie zou, naast een verandering in het klimaat (verminderde neerslag), de vorming van de grote grasvlakten in gang hebben gezet. Andere onderzoekers beweren dat zonder ingrijpen van de mens deze graslanden niet lang stand zouden houden.

Hoewel graslanden er over het algemeen zeer gelijkmatig uitzien, blijkt vooral de rijkdom aan plantensoorten bijzonder groot. Behalve grassen en kruiden komen er kruipende of rozetvormige plantensoorten voor die, samen met mossen en korstmossen, de bodem bedekken.
Graslanden kennen een bijzonder soortenrijke bodemfauna en een hoog gehalte aan bacteriŽn die tezamen een rijk geschakeerd voedselweb vormen. Door de aanwezigheid van schimmels (mycorrhiza) wordt de activiteit van de plantenwortels bevorderd.