Home

Geschiedenis van de natuurhistorische illustratie

Oude steentijd

Al vanaf 25.000 jaar geleden geven onze voorouders dieren realistisch en anatomisch correct weer, meestal op de wanden van grotten maar ook op losse stenen. Ook gebruiksvoorwerpen werden versierd, om ze bovennatuurlijke kracht te geven. Planten werden niet afgebeeld, mensen slechts bij hoge uitzondering. Om dieren extra plasticiteit en perspectief te geven, zochten de tekenaars wanden met veel reliëf uit.

Tekening van een paard, uit de grot van Lascaux (Frankrijk), circa 17.000 jaar oud

Over de functie van de afbeeldingen bestaat nog veel onduidelijkheid. In ieder geval zijn het symbolen met een sterke lading en zeggingskracht. Lange tijd heeft men gedacht dat ze een magische functie hadden: het ritueel doden van getekende dieren zou het jachtsucces vergroten. Tegenwoordig denkt men dat de illustraties een veel complexere betekenis hebben en meerdere functies tegelijk dienden, waaronder initiatie, kennisoverdracht, geheugen, symbolische weergaven van de sociale organisatie van de menselijke groep, et cetera.

Oude Egyptenaren

Afbeeldingen in graftombes uit de vroeg-dynastieke perioden zien er zeer realistisch uit. Later worden dieren, planten en mensen steeds schematischer weergegeven en meer en meer vervangen door symbolen. In het hiëroglyfenschrift zijn planten, dieren en mensen pictogrammen geworden. De oude Egyptenaren geven goddelijke dieren op een speciale manier weer. De jakhalsgod Anoebis wordt bijvoorbeeld soms in halfmenselijke gedaante afgebeeld.

Detail uit een dodenboek met de jakhalsgod Anoebis
Overgang 18de-19de dynastie (ca. 1325-1275 v. Chr.). Foto: RMO

Griekse en Romeinse tijd

Er is een zeer goede kennis van het uiterlijk van planten en dieren. Ze worden zeer natuurgetrouw en realistisch weergegeven, niet alleen in de totale vorm maar ook in het detail. Hoewel in de menselijke torso's de oppervlakkige spierlagen uitstekend zijn weergegeven, ging de studie van het lichaam niet verder. De Romeinen hadden weinig kennis van de spierlagen onder de huid omdat ze geen lichamen ontleedden.

Middeleeuwen

Kunst en wetenschap worden in het westen volledig beheerst door de theologie. Afbeeldingen worden op grote schaal toegepast om ongeletterden bijbelverhalen te vertellen. Tekeningen krijgen daarmee een belangrijke functie in de informatie-overdracht. Er is weinig aandacht voor objectieve waarneming. Door gebrek aan anatomische detailkennis worden planten, dieren en mensen grof en schematisch weergegeven. De wetenschappelijke afbeelding ontwikkelt zich maar langzaam. Een zeldzaam voorbeeld van gedetailleerde observatie en weergave is het Valkerij-boek, een praktisch handboek voor de valkenier van Frederik II van Hohenstaufen.

Renaissance

Door de uitvinding van de boekdrukkunst verschijnen er vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw steeds meer boekwerken over planten en dieren, rijk geïllustreerd en prachtig vormgegeven. Afbeeldingen krijgen steeds meer de rol van teksverklaarders. Ze staan niet los van de tekst, maar precies op de plek waar ze de zinnen het best ondersteunen. Natuuronderzoekers gaan tekenaars meenemen op hun expedities. Men leerde nauwkeuriger naar de natuur te kijken en ontwikkelde zich ook in het weergeven van perspectief, met als gevolg een natuurgetrouwer resultaat.

Tekening van een damhert uit Historium Animalum van Conrad Gesner (1551)
Tekening van een damhert uit Historium Animalum van Conrad Gesner (1551)

In deze tijd komt ook de medische illustratie als aparte tak binnen het tekenvak op. Men begint met het ontleden van menselijke lichamen, met als gevolg een betere kennis van het inwendige. Tekenaars als Leonardo da Vinci, Albrecht Dürer en Andreas Vesalius brengen grote vernieuwingen in de tekentechnieken tot stand. Met name de tekeningen van Leonardo da Vinci zijn zeer levensecht en kunnen gezien worden als de foto's van die tijd. Leonardo was er bewust op uit de werkelijkheid onvervormd weer te geven. Hij ontwikkelde nieuwe afbeeldingstechnieken: dwarsdoorsneden, het toepassen van perspectief en het maken van inkijkjes.

Tekening van het menselijk hart, door Leonardo da Vinci
Tekening van het menselijk hart, door Leonardo da Vinci (1452-1519) 

Ook Albrecht Dürer (1471-1528) introduceerde nieuwe tekenmethoden, met een grote nadruk op een hyperrealistische weergave van het onderwerp. Hij publiceerde het boek Menschlicher Proportion en Unterricht der Malerei, een meetkundige uiteenzetting en conctructiemethoden om onderwerpen perspectivisch weer te geven.

Zo realistisch wist Albrecht Dürer in 1502 een haas te tekenen

16de eeuw

Bij Leonardo da Vinci en Andreas Vesalius waren de wetenschapper en de kunstenaar in dezelfde persoon verenigd. In de loop van de 16de eeuw ontstaat er een sterke uitbreiding van natuurwetenschappelijke kennis die door directe waarneming is verkegen. Er ontstaat een scheiding van functies: de natuuronderzoeker gaat al zijn aandacht besteden aan het bestuderen van de natuur en de illustrator richt zich volledig op de weergave ervan. De kunst komt nu in dienst van de wetenschap te staan en de illustratie gaat nog meer de tekst ondersteunen. Een hechtere samenwerking tussen natuuronderzoeker en kunstenaar levert boeken van betere kwaliteit op, bijvoorbeeld De Historia Stirpium, het kruidboek van Leonard Fucks uit 1542. Er hebben drie mensen aan gewerkt: een wetenschapper, een tekenaar en een houtbloksnijder. Ook de uitgever, Christoffel Plantijn, heeft veel invloed gehad op het succes van dit boek. 

De Historia Stirpum, 1542
De Historia Stirpium, 1542

17de eeuw

In de laatste helft van de 16de eeuw en in de 17de eeuw ontstaat er grote belangstelling voor exotische planten en dieren. Veel geleerden, zoals artsen, apothekers, chirurgen en natuurkundigen monsteren aan op handelsschepen om exotisch materiaal te verzamelen voor hun rariteitenkabinetten. In de loop van de 17de eeuw verschijnen er veel boeken waarin verslag wordt gedaan van de onderzoeksresultaten. Voorbeelden zijn Paradisus Naturalis Brasiliae van Willem Piso en Georg Macgrave, een verzameling olie- en waterverfschilderingen van Albert Eckhout, en de werken van Maria Sibylla Merian (1647-1717) die de Surinaamse insectenwereld op onovertroffen wijze in beeld bracht.

Waterverftekening van Maria Sybilla Merian (1647-1717)
Waterverftekening van Maria Sybilla Merian (1647-1717)

In de eerste helft van de 17de eeuw perfectioneerde de Nederlander Anthony van Leeuwenhoekde microscoop. Van Leeuwenhoek, maar ook wetenschappers als Jan Swammerdam, maakten tekeningen van de micro-organismen die zij door hun microscopen waarnamen.

18de en 19de eeuw

In deze tijd, die de Verlichting wordt genoemd, komen de natuurhistorische genootschappen op: verenigingen waarin wetenschappers elkaar regelmatig troffen om kennis over planten en dieren uit te wisselen.
Wetenschappelijke boeken en tijdschriften worden de standaardvorm voor de verspreiding van kennis. Aan tekenaars stelt men steeds hogere eisen. In hun werk moeten zij realiteit en precisie nastreven.
Veel kunstenaars gaan zich met de natuur bezig houden, zoals John James Audubon (1785-1851), John Gould en Hermann Schlegel. Deze tekenaars weten de natuurhistorische illustratie te perfectioneren en zelfs tot kunst te verheffen. Ook het gewone publiek begint oog te krijgen voor de schoonheid van natuurillustraties.

Aquarel van een zee-arend
Aquarel van een zee-arend

Goedkope kopieën van illustraties komen binnen ieders bereik door de ontwikkeling van nieuwe reproductietechnieken, zoals de lithografie (steendruk), de offset-druk (inktdrukpers) en de fotografie. De nieuwe technieken hebben ook weer hun invloed op de verdere ontwikkeling van de botanische, zoölogische en medische illustratie. Hierbij speelt ook de uitvinding van nieuwe registratietechnieken, zoals het röntgenapparaat, een rol.
Naast de aloude tekentechnieken kunnen illustratoren nu kiezen uit een heel scala van mogelijkheden om een onderwerp weer te geven. Bij de keuze van de weergavetechniek spelen eigen voorkeur en specialisme een steeds minder belangrijke rol: gekozen wordt voor die techniek die het onderwerp het meest inzichtelijk aan anderen kan overdragen.

Tegenwoordig

Nog vervult de illustratie een belangrijke rol in de overdracht van natuurhistorische kennis. Er zijn wel enkele zaken veranderd. In de wetenschap is de aandacht verschoven van het beschrijven van planten en dieren en geologische fenomenen naar het beschrijven en het verklaren van biologische en geologische processen.

Schematische tekening van het schuiven van aardplaten
Schematische tekening van het schuiven van aardplaten

Ook in de leermethoden van het onderwijs worden illustraties, die ingewikkelde processen in beeld kunnen brengen, veel gevraagd.
We zien, in plaats van de zichtbare werkelijkheid in beeld te brengen, nu dus ook aandacht voor het visualiseren van functionele aspecten van de natuur, zoals: groeiprocessen, bewegingspatronen, fysiologische processen (de werking van het hart), veranderingsprocessen in het leven door de tijd (evolutie), de constructieve opbouw en werking van het skelet, enzovoort. Dit uit zich weer in nieuwe tekenmethodes zoals opengewerkte tekeningen, doorzichten, zogenaamde exploded views, infographics, die processen stap voor stap in beeld brengen.

In het algemeen is er een sterke tendens tot schematiseren en reduceren, dat wil zeggen: het zo treffend mogelijk weergeven van de essentie, met weglating van overbodige details. Verder heeft de fotografie zich een vaste plaats verworven tussen de klassieke handmatige illustratietechnieken als de potloodtekening en de aquarel. Soms heeft de camera de tekening verdrongen, zeker op het gebied van het zeer grote (weergave van het heelal) en het heel kleine (bijvoorbeeld microstructuren op kristallen).
De fotografie staat ook boven alle andere uitdrukkingsmiddelen, als het gaat om het bewijs van het bestaan en de verschijningsvorm van een object. De camera is ook meer dan de tekenpen een verlengstuk van het menselijk oog. De camera is sneller en daardoor in staat om bewegende dingen direct vast te leggen, zoals de beweging van de vleugels van een vogel of het uiteenspatten van een druppel water. Een infraroodcamera kan zelfs beelden registreren op een golflengte van het licht die voor het menselijke oog niet waarneembaar is.

Deze infraroodopname bregnt de warme plekken (rood) en koude plekken (blauw) van het menselijk lichaam in beeld
Deze infraroodopname brengt de warme plekken (rood) en koude plekken (blauw) van het menselijk lichaam in beeld. Foto: Heureka

De klassieke handgemaakte tekening blijft echter van belang, omdat een camera alleen registreert wat hij ziet maar niet kan selecteren of vereenvoudigen.