De groei van het hart |
Hart en bloedvaten vormen in het embryo een van de eerste functionele orgaansystemen. Bij een menselijk embryo zijn de eerste bloedvaten al drie weken na de bevruchting te zien.
Het hart vormt zich tijdens de negen maanden groei in de baarmoeder. Tijdens die ontwikkeling zijn verschillende stadia uit de evolutie te herkennen. Zo lijkt de werking van hart en bloedvaten in de eerste weken veel op die van een vis.
Kort na de geboorte treedt er nog een laatste verandering op, die samenhangt met de ademhaling via de longen. In de loop van het verdere leven verandert het hart niet. Wel zal het, net als de rest van het lichaam, verouderen.

De ontwikkeling van het menselijk hart voor de geboorte
Het hart ontwikkelt zich in het jonge embryo als een rechte, gespierde buis die peristaltisch samentrekt. Er zijn nog geen kleppen aanwezig die terugstroming van het bloed tegengaan.
Na korte tijd krijgt de rechte buis een U-vorm en ontstaan geleidelijk een linker- en rechter harthelft. In elke harthelft ontstaan kleppen om de bloedstroom in goede banen te leiden.
Tot vlak na de geboorte zit er een gaatje tussen de boezems van het hart. Het schot tussen de kamers sluit zich ruim voor de geboorte.

De ontwikkeling van het menselijk hart na de geboorte
Kort na de geboorte sluit zich het schot tussen beide boezems. Dit hangt samen met het feit dat de longen voor de geboorte nog niet actief zijn en de gasuitwisseling in de placenta plaats heeft. De doorbloeding van de longen kan daardoor gering zijn, zodat een belangrijk deel van het bloed van de longcirculatie wordt omgeleid naar de lichaamscirculatie. Deze twee systemen worden door de opening tussen beide boezems met elkaar verbonden. Het deel van het bloed dat in de rechterkamer terechtkomt wordt wel de longslagader ingepompt, maar wordt via een verbinding tussen deze slagader en de aorta alsnog in de lichaamscirculatie gebracht.
Na de geboorte sluiten beide verbindingen zich, zodat de long- en lichaamscirculaties volledig van elkaar worden gescheiden.
In de loop van de ontwikkeling wordt ook het eigen prikkelgeleidingssysteem van het hart aangelegd.

Aan de hand van het kippenhart kunnen we de ontwikkeling van het mensenhart volgen
De harten van zoogdieren en vogels zijn hetzelfde gebouwd. Ook de ontwikkeling van het hart verloopt op vergelijkbare wijze. Hoewel een kippenhart zich in zeer korte tijd vormt (acht dagen), is aan de groei van het hart in het embryo van een kip de ontwikkeling van het menselijk hart te volgen.
Eerst is het hart een rechte buis die onderdeel is van het bloedvatenstelsel. Daarna kromt het bloedvat zich en ontstaan er boezems en kamers. Dit duurt acht dagen bij de kip en zes weken bij de mens. Na die tijd verandert de bouw van het hart niet meer. Het kuiken wordt na 21 dagen geboren, een mens pas na negen maanden.

Tijdens de embryonale ontwikkeling van het menselijk hart herken je stadia uit de evolutie
Het is niet zo dat het menselijk hart alle stadia uit de evolute doorloopt, dat is een oud misverstand. Wel kun je tijdens de groei van het embryonale hart bepaalde stadia uit de evolutie van gewervelde dieren herkennen. Dit is vooral goed te zien in de aanleg van het bloedvatenstelsel. Het bloedvatenstelsel in een embryo heeft een geheel ander vertakkingspatroon dan in een pasgeborene. Bij een embryo pompt het hart bloed in zogenaamde kieuwboogvaten. Die heten zo, omdat hun verloop sterk lijkt op dat van de vaten die bij vissen van het hart naar de kieuwen lopen. De kieuwboogvaten lopen via het embryonale halsgebied naar een linker en rechter aorta, die het bloed, dat zuurstofarm is, door de navelstreng naar de placenta voeren. Daar wordt door diffusiezuurstof uit het bloed van de moeder opgenomen. Dit zuurstofrijke bloed komt via de navelstrengader en de embryonale lever in de belangrijkste ader van het embryo, die het weer naar het hart voert.
Ook de embryonale ontwikkeling van het hart is een echo uit het verleden. Het hart begint als een verdikt bloedvat, enigszins vergelijkbaar met de gespierde hartbuis van wormen.
Aanvankelijk heeft het hart maar één kamer en maar één slagader. Dit is vergelijkbaar met de vissen en amfibieën. Midden in de slagader ontstaat een tussenschot, dat de slagaders in twee even grote bloedvaten verdeelt: de longslagader en de lichaamsslagader (aorta).
Ook de primitieve kamer wordt door een tussenschot in tweeën gedeeld in een linker- en een rechterkamer. Nu is het een echt zoogdierhart. Het tussenschot van de kamers en dat van de slagaders ontmoeten elkaar en groeien aan elkaar vast, zodat de aorta uit de linkerkamer komt en de longslagader uit de rechterkamer.
De veroudering van het hart
In de loop van ons leven is het hart aan veranderingen onderhevig. Het natuurlijke verouderingsproces dat op het lichaam werkt, heeft ook zijn invloed op het hart. Zo neemt naarmate je ouder wordt de soepelheid van het hartweefsel af. Het wordt steeds minder flexibel. Wat ook afneemt is de hartslagfrequentie, het aantal slagen per minuut:
- Foetus van 4 maanden (eerste meting): 160 slagen per minuut.
- Foetus 5 maanden: 140 slagen per minuut.
- Pasgeborene: 120 slagen per minuut.
- Jong kind: 110 slagen per minuut.
- Volwassene: 70 slagen per minuut.
Als we een hogere leeftijd bereiken neemt ook de maximale hartslagfrequentie af. Dit is het maximaal aantal slagen van het hart bij inspanning. Een vuistregel is dat de maximale hartslagfrequentie 220 slagen per minuut bedraagt, minus de leeftijd in jaren. Dat geldt zowel voor mannen als vrouwen.