Home

Dedomesticatie: van tam naar wild

Kunnen gedomesticeerde dieren ook weer verwilderen? Met andere woorden: is het domesticatieproces om te keren?  Bij veel huisdieren is dit niet meer mogelijk, omdat eigenschappen die ze nodig hebben om in het wild te overleven zijn verdwenen.

Huisdieren zijn zo afhankelijk van mensen geworden dat ze eigenlijk niet in het wild kunnen overleven. 

Ten eerste zijn ze gewend dat de mens hen van eten voorziet. Zelf voedsel bemachtigen lukt alleen met de grootste mogelijke moeite. Verder zijn ze niet gewend om zich te verdedigen tegen belagers. En ten slotte hebben huisdieren weinig weerstand tegen ziekten die ze in het wild kunnen oplopen. Voor parasieten, virussen, bacteriën en andere ziekmakers zijn ze een gemakkelijke prooi.

Een tam dier kan dus niet lang in de natuur overleven. De reden is dat hij de wilde eigenschappen van de oervorm mist. Juist deze overlevingseigenschappen  zijn in het proces van fokken en verdedelen weggeselecteerd. Alleen dieren die nog over voldoende 'wilde' eigenschappen beschikken, zoals de kat, zullen in staat zijn om zich in de vrije natuur staande te houden. Honden zullen daar veel meer moeite mee hebben en na korte tijd doodgaan, zelfs rassen met jachtinstinct, zoals de Duitste Staande hond.

 

Is de wilde oervorm terug te fokken?

Fokkers kunnen proberen dicht bij de oervorm te komen, maar de echte voorouder zullen ze nooit terug kunnen krijgen.

Een voorbeeld is het Heck-rund, door de Duitse dierenfokkers Heck teruggefokt in een poging om het oerrund (Bos primigenius) terug te krijgen. Met zijn grote horens en zwarte vel ziet het Heck-rund er uit als een oeros, maar hij is het niet. In het wild heeft het ras geen kans te overleven.

Eigenschappen die tijdens het proces van domesticatie verloren zijn gegaan zijn voorgoed verdwenen. Alleen als de voorouder nog ergens in het wild leeft, kan geprobeerd worden de oereigenschappen door inkruisen met tamme dieren terug te brengen. Bij het Heck-rund is dit niet mogelijk, omdat de oeros sinds 1627 is uitgestorven.

 

Behoud van oude rassen van belang

Oude rassen hebben meestal nog vrij veel eigenschappen van de wilde oervorm, zoals jachtinstinct, het vermogen om op karig voedsel te leven of resistentie tegen ziekten. Deze rassen zijn in staat om zich in de vrije natuur te handhaven. Het is van belang om deze rassen te behouden, omdat hun eigenschappen weer ingekruist kunnen worden in moderne stamlijnen.

 

Verwildering van planten

Planten kunnen gemakkelijker verwilderen dan dieren. Immers: zij zorgen door middel van fotosynthese zelf voor voedsel. Ook leven er overal nog wilde voorouders van talloze plantensoorten. Door kruisbestuiving kunnen planten het stuifmeel van hun wilde soortgenoten oppikken en verloren gegane eigenschappen snel weer in zich opnemen. Toch is ook bij planten de genetische variatie in de loop van de domesticatie verarmd, hetgeen de dedomesticatie kan bemoeilijken. Vooral zwakke resistentie tegen ziekten en het ontbreken van kracht om tegen woekerende wilde soortgenoten op te boksen bemoeilijkt de terugkeer van veredelde planten in een natuurlijke omgeving.

 

Problemen

Een probleem bij het verwilderen van gedomesticeerde dieren en planten is het feit dat ze 'nieuwe' eigenschappen in de natuur brengen. Als er nakomelingen tussen wilde en tamme vormen komen, ontstaan er weer nieuwe rassen. De wilde vorm zou hierdoor kunnen verdwijnen. Een ander probleem is de nieuwe ziekten die door gedomesticeerde dieren kunnen worden overgebracht op dieren in het wild. Wilde dieren zijn hier niet tegen bestand. Dit geldt natuurlijk ook andersom.

 

Voorbeelden

Overal in de wereld en ook in Nederland worden bepaalde oude rassen op kleine schaal in stand gehouden door hobbyfokkers en -kwekers, opdat een ras niet zal uitsterven. Ook wordt door verschillende stichtingen getracht een soort weer in zijn oude staat terug te brengen. Er wordt geselecteerd op de meest wilde eigenschappen in de hoop zo de oervorm terug te kunnen fokken.

Wilde paarden en runderen

Wilde paarden en runderen hebben miljoenen jaren een belangrijke rol gespeeld bij het in stand houden van landschappen door begrazing. Door uitroeiing en/of domesticatie is dit veranderd. Bij het weer tot ontwikkeling brengen van complete landschapsstructuren speelt de terugkeer van deze soorten als wilde dieren een sleutelrol.

Voor de verwildering of dedomesticatie van paarden en runderen is het noodzakelijk dat de dieren in een eigen, sociale (kudde)structuur kunnen leven, met een natuurlijke verdeling van mannelijke, vrouwelijke, jonge en oude dieren.

De domesticatie van paarden en runderen heeft over het algemeen geleid tot rassen met beperkte erfelijke eigenschappen. Gedomesticeerde dieren zijn natuurlijke omstandigheden ontwend en kennen fysiek allerlei beperkingen om zelfstandig te overleven in de natuur. Er wordt voor dedomesticatie bijvoorbeeld:

  • selectie gemaakt op runderrassen waar minder miskramen of doodgeboortes voorkomen;
  • selectie gemaakt op paardenrassen die een erfelijke eigenschap voor zomerschurft niet hebben;
  • bij paardenrassen een selectie gemaakt op paarden zonder witte aftekening of voskleur, wat waarschijnlijk domesticatiekenmerken zijn die bij de aanwezigheid van predatoren nadelig kunnen uitpakken.

Verwildering is voor de paarden en runderen een leerproces. Ze moeten de terreinen, waarin ze worden losgelaten, leren kennen:

  • Waar bevindt zich het beste water?
  • Waar is het lekkerste of meest voedzame gewas te vinden? 
  • Welke eilanden blijven tijdens hoogwater droog en wat zijn de veiligste zwemroutes (i.v.m. stroming, afstanden)?
  • Welke planten zijn giftig?
  • Hoe wordt het contact met klissen zoveel mogelijk vermeden?
  • etc.

Zonder menselijk ingrijpen (zoals het maaien van klissen of te vroeg weghalen van kuddes bij stijgende waterstanden) verloopt het leerproces het snelst. Het kan wel gestimuleerd worden, bijvoorbeeld door een kudde die nog geen zwemervaring heeft aan een groep toe te voegen die deze ervaring wel heeft.

Kat

De huiskat is niet met opzet terug in de natuur gezet. Op straat leven veel zwerfkatten die van mensen zijn weggelopen of op straat zijn gezet en door mensen zijn achtergelaten. Deze katten zijn verwilderd geraakt.

Zo is er een voorbeeld van een populatie wilde katten in de Amsterdamse Waterleidingduinen in Zuid-Holland. Daar leven een aantal zwerfkatten die elk een eigen territorium hebben en gezamenlijk een populatie in stand houden.

Katten zijn eigenlijk niet volledig gedomesticeerd. Ook al wonen ze bij mensen, de meeste 'huis'katten leven het grootste deel van de dag buiten en zijn op jacht naar muizen, vogels en kikkers. Ze gaan naar huis om lekker aangehaald te worden en wat te eten, maar gaan daarna gewoon weer hun eigen gang. Katten zijn hun oerinstinct om te jagen en te overleven nooit kwijt geraakt. Sommige katten kiezen zelfs voor een leven in het wild: zij verlaten de mens om terug te gaan naar de natuur.