Home

Fokken en kweken

Fokken†of kweken†is het met elkaar kruisen van†door de mens geselecteerde individuen uit een populatie planten of dieren. †De verwachting is dat gewenste eigenschappen in het nageslacht versterkt tot uitdrukking zullen komen. Herhaling van dit proces over generaties leidt tot veredeling ('verbetering') en het ontstaan van nieuwe rassen of variŽteiten.†

Het proces

Nadat een dier- of plantensoort†is geselecteerd kan het fokken en kweken beginnen. Dit gebeurt met individuen die de uiterlijke eigenschap of eigenschappen bezitten die voor mensen bruikbaar zijn. Er is een grote kans dat de nakomelingen van deze individuen deze eigenschap ook zullen bezitten, al dan niet in hogere mate. Met deze nakomelingen wordt dan weer verder gefokt en gekweekt om de†bruikbare eigenschap nog beter tot ontwikkeling te laten komen. Dit noemt men de veredeling van eigenschappen of†het verrijken van een bepaalde eigenschap. Door dit veredelingsproces ontstaan uiteindelijk specifieke rassen uit een dier- of plantensoort, die wezenlijk verschillen van de oervorm.

Zo zijn in de loop†van de†jaren heel veel verschillende rassen binnen een gedomesticeerde soort ontstaan. Alle rassen kunnen onderverdeeld worden†in†verschillende stamlijnen.†Een stamlijn bestaat uit rassen die op ongeveer dezelfde eigenschappen†zijn gekweekt†en†op eenzelfde functie van toepassing zijn.†

Voor runderen bestaan bijvoorbeeld†verschillende stamlijnen. Er zijn melkkoeien†en vleeskoeien.†Bij melkkoeien†is een selectie gemaakt op een†hoge melkproductie en†bij vleeskoeien op een†hoge vleesproductie. Elk melkkoeras geeft kwalitatief en kwantitatief goed melk en zo ook de nakomelingen van deze koe, maar†alleen†als ze ook met een goede stier gekruist worden.

Genetica en†geschiedenis

Aan het begin van de domesticatie†was men zich nog onbewust van†de manier waarop†het daadwerkelijke proces van domesticatie†in zijn werk ging. Men wist†wel dat eigenschappen erfelijk zijn,†maar niet dat dit†op genen en DNA gebaseerd was. Toch was het resultaat er niet minder om. Men had†dus wel kennis van de overerving van erfelijke eigenschappen, maar wist nog niet hoe dit in zijn werk ging.†

Het principe van de overerving van kenmerken werd al in 1865 experimenteel aangetoond en†beschreven door Gregor Mendel (1822-1884), een monnik uit MoraviŽ (tegenwoordig TsjechiŽ). De afgelopen decennia is onze kennis over erfelijkheid, de werking van DNA en genen enorm toegenomen. Wetenschappers zijn tegenwoordig in zekere mate zelfs in staat om de eigenschappen van organismen aan te passen door hun DNA rechtstreeks te veranderen.

Erfelijke eigenschappen of genen (enkelvoud: gen) zijn vastgelegd in elke lichaams - of plantencel. De genen zijn opgeslagen in de chromosomen die in de celkern zitten. In elke cel komen de chromosomen in paren voor. Eťn van de vader en ťťn van de moeder. Elk gen is dus dubbel aanwezig. De twee bij elkaar horende genen worden allelen genoemd. Deze allelen kunnen gelijk zijn, maar ook verschillen. Als ze verschillend zijn onderdrukt het ene allel de werking van het andere. Ze zijn dan respectievelijk dominant en recessief. Dominante en recessieve allelen komen altijd in de verhouding 75:25 tot expressie, maar alleen als de populatie van een soort groot genoeg is.

Voorbeeld: De haarkleur zwart is recessief ten opzichte van de haarkleur bruin. Alleen als beide allelen de haarkleur zwart aangeven wordt het haar zwart. Geeft ťťn allel zwart en de ander bruin aan, of geven beide bruin aan, dan wordt het haar bruin.

Met behulp van deze informatie kan veel gerichter gekweekt worden. Men weet welke eigenschappen tot uiting komen en welke niet. Ook weet men wat er gedaan moet worden om recessieve eigenschappen tot expressie te laten komen.

Gentechnologie is de laatste decennia sterk in ontwikkeling. Men kan bepaalde eigenschappen van planten en dieren veranderen en dan met het veranderd materiaal fokken en kweken. Dit geeft veel sneller resultaat. Dieren en planten kunnen veranderen door het sleutelen aan†de genen.†Genetische verandering is 'spelen'†met de basis van het leven: de erfelijke eigenschappen van plant en dier. Bij genetische verandering worden genen, stukjes DNA, uit het ene organisme gehaald en in een ander organisme overgezet om zo te proberen de gewenste eigenschap over te brengen. Zo kan bijvoorbeeld aan maÔs een erfelijke eigenschap worden toegevoegd waardoor hij giftig wordt voor schadelijke insecten.