Home

Eicel ontmoet zaadcel: over een spannende ontmoeting en wat daarna gebeurt

Net als alle andere levende wezens krijgen mensen nakomelingen: ze planten zichzelf voort. 
Nieuw menselijk leven begint als de vrouwelijke eicel en de mannelijke zaadcel versmelten.
Als alles goed gaat ontstaat na de bevruchting een embryo.

Ons voortplantingssysteem: hoe werkt het?

De belangrijkste voortplantingsorganen bij vrouwen zijn de twee eierstokken, de eileiders en de baarmoeder.
Bij de mannen zijn het de zaadballen, de zaadleider en de bijbal.

   
De voortplantingsorganen bij de man De voortplantingsorganen bij de vrouw


Elke maand leveren de eierstokken van de vrouw een eicel.
Meisjes hebben bij hun geboorte genoeg eicellen voor hun hele leven.
De zaadballen van de man maken elke dag miljoenen zaadcellen aan.
Ze zijn als het ware één grote zaadfabriek.
Eicellen en zaadcellen noemen we geslachtscellen.
Pas in de puberteit worden de voortplantingssystemen allebei actief.

Een vrijgekomen eicel reist via één van de eileiders naar de baarmoeder.
De eileider, zo dun als een sliert spaghetti, verzorgt het transport.
Eicellen kunnen namelijk niet uit zichzelf bewegen.
De eileiders zijn aan de binnenkant met een soort haartjes bekleed.
Deze haartjes maken golfbewegingen in de richting van de baarmoeder.
Zo worden de eicellen netjes in de goede richting vervoerd.
In de eileider vindt ook de bevruchting plaats.

Bij het vrijen komen bij één enkele zaadlozing zo`n tweehonderd miljoen zaadcellen vrij.
De zaadcellen zwemmen naar de eileiders en gaan op zoek naar een eicel.
Slechts een paar honderd zullen de tocht overleven.
Ze zijn helemaal op hun taak berekend met hun ronde, afgeplatte kop en lange staart.
Die kop bevat het erfelijke materiaal van de man.
Met hun zweepstaart halen ze een zwemsnelheid van wel vier millimeter per minuut.
Dat is honderd keer hun eigen lengte in een heel korte tijd!


De bevruchting

Als ze de eicel gevonden hebben wordt deze door alle overgebleven zaadcellen omsingeld.
Vervolgens doen ze allemaal heel hard hun best om binnen te dringen.
Zaadcellen zijn vijftig keer kleiner dan eicellen.
Uiteindelijk lukt dat één enkele zaadcel: de grote winnaar.
Hierbij verliest hij wel zijn staart maar die heeft hij nu verder niet meer nodig.
De eicel laat daarna geen andere zaadcellen meer toe.

De zaadcel versmelt nu met de eicel en dat is het moment van de bevruchting.
Het erfelijk materiaal van de vader en de moeder komt zo bij elkaar.
De instructies voor een nieuw mens liggen klaar.
De bevruchte eicel heeft nog een week nodig om door de eileider naar de baarmoeder te reizen.
Daar nestelt ze zich in de baarmoederwand om uit te groeien tot een embryo.


Hoe zit het met tweelingen?

Bij een identieke tweeling wordt één eicel bevrucht door één zaadcel en daarna splitst het jonge embryo zich in tweeën.
Als twee eicellen door twee zaadcellen bevrucht worden krijg je een twee-eiige tweeling.