Home

DNA de sleutel tot het leven?

We zijn begonnen met het leren van de taal waarin God het leven heeft geschapen. (Bill Clinton).

Een van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw was ongetwijfeld de opheldering van de rol die DNA speelt bij alle levensvormen. DNA is een chemische stof, desoxyribonucleïnezuur, die in alle planten en dieren voorkomt. Iedere cel bevat DNA. Bij meercellige organismen, die celkernen hebben, bevindt het DNA zich voornamelijk in de celkernen, meer bepaald in de chromosomen. Daarnaast komt DNA ook voor in sommige celorganellen, bijvoorbeeld in de mitochondrieën die een belangrijke energieleverende rol spelen bij de stofwisseling.

In de loop van de twintigste eeuw werd stapje na stapje duidelijk dat deze chemische stof de drager is van de erfelijke informatie van het organisme. Dank zij deze informatie zijn de nakomelingen altijd van dezelfde soort als de ouders. Bovendien komen middels de in het DNA vastgelegde informatie bepaalde individuele kenmerken van de ouders (en hun voorouders) tot uiting in het nieuwe organisme.

In 1953 werd de ruimtelijke structuur van het DNA opgehelderd door James Watson en Francis Crick. Deze structuur gaf ook een aanwijzing over de manier waarop DNA functioneert, dat wil zeggen op welke wijze de erfelijke informatie tijdens de voortplanting doorgegeven wordt aan de nakomelingen.

Na deze doorbraak ontstond in verbazingwekkend korte tijd een totaal nieuw biologisch onderzoeksgebied: de moleculaire genetica. Onderwerpen als biotechnologie, DNA-fingerprinting, gen-therapie, kloneren, menselijk genoom-onderzoek, genen-paspoorten enzovoorts, hebben allemaal te maken met DNA en moleculaire genetica. Deze onderwerpen vormen vandaag de dag onderwerp van heel wat discussie en debat. Bij veel mensen leeft de vrees voor genetisch determinisme, namelijk de gedachte dat al onze eigenschappen, zowel goede  als slechte, eens en voor altijd in onze genen zouden zijn vastgelegd. Méér kennis over onze genen zou dan alleen maar leiden tot meer frustratie.

Deze vrees is niet terecht, betoogt James Watson, éminence grise van de moleculaire genetica, in zijn recente boek DNA, the Secret of Life. Want, zegt hij, a predisposition does not a predetermination make -- (erfelijke ) aanleg betekent geenszins voorbestemming. De mede-ontdekker van de DNA-structuur pleit juist voor méér kennis over onze genen, want alleen méér kennis over de genetische risicos die we lopen, geeft ons de mogelijkheid om daaraan te ontkomen.

Een voorbeeld: mensen met een blanke huid lopen risico op huidkanker. Deze genetische predispositie betekent niet dat je als blanke onherroepelijk bent voorbestemd tot huidkanker. Vermijd teveel zon en er is niets aan de hand. Zo is het met iedere erfelijke predispositie, aldus Watson. Ook een erfelijke aanleg tot gewelddadigheid hoeft daarom geen veroordeling voor het leven te betekenen. Kennis is macht -- ook over het eigen lot.

terug naar tijdbalk biothechnologie