Home

De werking van het hart

Bij een volwassen persoon in rust duurt de periode tussen twee hartslagen iets minder dan een seconde. In die tijd trekken achtereenvolgens de boezems en de kamers samen om bloed door het lichaam te pompen. Na elke samentrekking volgt een moment van rust, waarin de hartspier zich even ontspant.
De hartslag wordt aangestuurd door een electrisch stroompje dat opgewekt wordt door de sinusknoop in het hart. De sinusknoop staat onder invloed van een regelcentrum in de hersenen. Bij inspanning activeert het regelcentrum de sinusknoop tot snellere afgifte van stroomstoten, waardoor het hart sneller gaat kloppen.

De pompwerking van het hart

De pompwerking van het hart berust op het vermogen van de boezems en de kamers om samen te trekken en weer te ontspannen. Een samentrekking is te vergelijken met het knijpen in een tube: als een boezem of kamer samentrekt, wordt deze kleiner, waardoor het bloed maar een kant op kan: naar buiten. Bij elke samentrekking wordt bloed uit het hart gepompt.

In het hart verloopt het samentrekken en het weer ontspannen van de boezems en de kamers in een bepaalde volgorde, snel achter elkaar.  Als het hart ontspant, vult het zich weer met bloed. Dat gebeurt passief: het bloed wordt niet aangezogen, maar het hart loopt vanzelf vol.

Deze animatie laat de pompwerking van het hart zien. De hartslag is hier vertraagd weergegeven. In werkelijkheid duurt deze slechts 0,8 seconde.

Een hartslag verloopt in drie stappen. Wat gebeurt er per stap?

Tijdens de samentrekking van de kamers is de inlaatkleop tussen boezem en kamer gesloten. Bloed stroomt wel ongehinderd uit de aders in de boezems. Er ontstaat een stuwmeer van bloed. Zodra de kamers zich ontspannen gaan de inlaatkleppen open en stroomt het bloed uit de boezems in de kamers. In de rustfase stromen de kamers bijna vol. Vlak voordat de kamers samentrekken vindt nog een samentrekking van boezems plaats. Dit samentrekken heeft tot doel de kamers nog een beetje op te spannen zodat ze nog krachtiger kunnen samentrekken.

 

Het hart werkt als een dubbele pomp

Bij de mens (en bij andere dieren met longen) werkt het hart als een dubbele pomp. Het hart pompt het bloed in twee keer rond: één keer door de longen en één keer door het lichaam. Door de scheiding van beide bloedsomlopen wordt zuurstofrijk bloed vanuit het hart met veel kracht naar de rest van het lichaam gepompt. Dat past bij de mens, met zijn actieve leefwijze.

Lees meer over het verschil tussen de enkele- en de dubbele bloedsomloop

De hartslag wordt aangestuurd door een electrisch stroompje

Net als het electromotortje in een walkman, gaat het hart pas 'lopen' als er een stroompje doorheen wordt gejaagd. Het electrische stroompje ontstaat in het hart zelf, in de zogenaamde sinusknoop in de rechter boezem. Het stroompje loopt in minder dan een seconde door het hart heen. Als het stroompje bij een boezem of kamer aankomt, wordt deze geprikkeld om samen te trekken.

Deze animatie toont de loop van het electrische stroompje door het hart. Het stroompje is hier vertraagd weergegeven. In werkelijkheid duurt het slechts 0,8 seconde.

 

De electrische aansturing van het hart, stap voor stap

De sinusknoop stuurt een electrisch signaal via de boezems en daarna via het geleidingssysteem naar de kamers. Zo worden eerst de boezems geprikkeld  tot samentrekken en daarna beide kamers. Door prikkeling van de hartspiercellen ontstaat een electrische activiteit die voorafgaat aan en onmiddelijk gevolgd wordt door het mechanisch samentrekken van de hartspiercellen. Die electrische activiteit van de hartspier initieert de mechanische activiteit.

Het electrische stroompje dat door het hart loopt kan zichtbaar worden gemaakt op een hartfilmpje of electrocardiogram, ook wel ECG genoemd. Het electrocardiogram laat de volgorde zien waarin het elektrisch stroompje door het hart loopt.

 

De hersenen sturen de snelheid van de hartslag bij

De snelheid waarmee het hart vanzelf slaat bedraagt zeventig slagen per minuut - bij een volwassen persoon in rust.

Vanuit de hypothalamus in de hersenen wordt het hartritme opgevoerd. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens het sporten, als de spieren meer zuurstofrijk bloed nodig hebben. Het hart moet dan harder gaan werken (sneller kloppen) om de door het lichaam gevraagde hoeveelheid bloed te kunnen leveren.

Via een regelcentrum in het verlengde merg van de hersenen wordt de snelheid van de hartslag weer vertraagd tot het rustritme van zeventig slagen per minuut.