Home

Welke weg neemt ons voedsel

Ons lichaam heeft voedsel nodig. 
Voedsel verschaft energie en grondstoffen om te groeien en te herstellen.
Maar ons lichaam heeft er pas wat aan, nadat de spijsvertering zijn werk heeft gedaan.
De spijsvertering breekt het voedsel af tot voedingsstoffen die het lichaam makkelijk kan opnemen.
Vervolgens komen de verteerde voedingsstoffen in de bloedbaan.
Wat het lichaam niet kan gebruiken wordt uitgescheiden. 

Een mens eet tijdens zijn leven gemiddeld wel dertig ton voedsel.
Al dat voedsel legt in ons lichaam een lange weg af.
Die weg, het spijsverteringskanaal, strekt zich uit van de mond tot je poepgaatje.
Het spijsverteringskanaal kun je je voorstellen als een lange buis die het voedsel verwerkt.
Het bestaat uit: de mond, de keel, de slokdarm, de maag, de dunne darm en de dikke darm. 
Je poepgaatje is de uitgang voor alles wat niet door het lichaam kan worden opgenomen.

Het spijsverteringskanaal


De spijsvertering begint in onze mond

Ons lichaam heeft niets aan de grote brokken voedsel die we in onze mond stoppen.
Daarom moeten we die grote brokken eerst kleiner maken door goed te kauwen.
Tijdens het kauwen wordt het voedsel met speeksel vermengd.
Daardoor wordt het een gladde en kneedbare brij die makkelijk verder op transport kan.  
In het speeksel zitten enzymen: dat zijn eiwitten die meehelpen het voedsel af te breken.


De maag

Via de keel en de slokdarm komt het voedsel in de maag aan.
De maag is een soort opslagplaats voor voedsel dat hier gekneed en geprakt wordt, doordat de spieren in de maagwand samentrekken.
Ook wordt het voedsel gemengd met maagsap, een zuur goedje met enzymen dat voor verdere vertering zorgt.
Beetje bij beetje wordt het bewerkte voedsel afgegeven aan de dunne darm.


De dunne darm

De dunne darm is vijf meter lang en kronkelt heen en weer in je buikholte.
Voedsel blijft daar drie tot zes uur.
In de dunne darm vindt alweer met behulp van enzymen de laatste bewerking plaats.
De lever met zijn galblaas en de alvleesklier spelen hier ook een rol in.
Uiteindelijk is het voedsel dan zo goed verteerd dat het lichaam er wat aan heeft.
De voedingstoffen worden via de darmwand in het bloed opgenomen en verspreid.


De lever, de galblaas en de alvleesklier 

Lever, galblaas en alvleesklier horen niet bij het spijsverteringskanaal, maar ze spelen wel een belangrijke rol bij de spijsvertering.
De lever is ons grootste inwendige orgaan.
Hij is een soort chemische fabriek met een groot aantal functies.
UIt voedingsstoffen, die hij via het bloed opneemt, maakt de lever nuttige chemische stoffen.
Ook is hij een opslagplaats voor stoffen die het lichaam niet meteen nodig heeft en verwijdert hij allerlei gifstoffen uit het bloed. 
Gifstoffen zoals bijvoorbeeld alcohol, drugs of afvalproducten zet hij om in veiliger stoffen.
Verder maakt de lever gal, een verteringssap dat helpt bij de vertering van vet voedsel.
Gal wordt opgeslagen in de galblaas, een zakje onder de lever. 
De alvleesklier zorgt ook voor verteringssappen.
Alle twee geven ze hun producten af aan de dunne darm.


De dikke darm

Onverteerd voedsel wordt als een waterige brij doorgestuurd naar de dikke darm.
Het water wordt eruit gehaald en door het bloed opgenomen.
Biljoenen bacteriën die in de dikke darm wonen zorgen voor een gezonde darmfunctie.
Als ze hun werk niet goed doen heb je diarree.
Uiteindelijk komt alles wat verder onbruikbaar is bij je poepgaatje aan.
Van doorslikken tot einde dikke darm is het een tocht van 17 tot 47 uur. 
De tijdsduur kan van persoon tot persoon verschillen en hangt ook af van het soort voedsel dat je hebt gegeten.