Home

De genetica

De erfelijkheidsleer of genetica, en met name de moleculaire genetica, is vandaag de dag van groot belang bij onze visies op het leven, de natuur en de mens. Aan de basis van deze explosieve groei van kennis staat een eenzame pionier: Gregor Mendel. Zijn grote verdienste was dat hij wiskunde ging toepassen bij zijn waarnemingen.

Voor Darwins evolutionaire visie op het leven was het begrip erfelijkheid van cruciaal belang. Erfelijkheid bewerkstelligt immers de overdracht van biologische kenmerken van ouders naar kinderen. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de algemene kenmerken van de soort: nakomelingen zijn namelijk altijd van dezelfde soort als de ouders. Maar erfelijkheid heeft ook betrekking op individuele kenmerken die, binnen de soort, variabel kunnen zijn. Denk aan haarkleur en -type, kleur van de ogen, vorm van neus, lippen, of andere lichaamsdelen, intelligentie en andere mentale vermogens, enzovoorts.

Gregor Mendel (1822 1884)

Mendel was een monnik in een klooster te Brno (Hongarije) waar men natuurwetenschap hoog in het vaandel had staan. De monniken werden er geselecteerd op vaardigheid en interesse in de natuurwetenschappen. Mendel was sterk geÔnteresseerd in wiskunde en in botanica. In de kloostertuin verrichtte hij allerlei kruisingsexperimenten tussen verschillende variŽteiten van erwten. Hij wilde vaststellen of er door hybridisatie nieuwe soorten kunnen ontstaan.

Mendels geniale gedachte was om de atomistische natuurvisie toe te passen op de erfelijkheid: hij introduceerde het begrip gen als een eenheid van erfelijkheid. Mendels pionierwerk bleef onbekend totdat het rond 1900 werd herontdekt, o.a. door de Nederlandse plantkundige Hugo de Vries. Het was alsof de biologie op deze herontdekking had gewacht: een enorme explosie van experimenteel onderzoek en nieuwe resultaten was namelijk het gevolg. Er ontstonden geheel nieuwe vakgebieden, eerst de populatiegenetica en vervolgens de moleculaire genetica. De huidige natuurvisie, die begon met Darwin en de evolutietheorie, kreeg pas volledige gestalte met Mendel en de genetica.