Home

De islam - Hoe ziet de ideale natuur eruit?

De tuin is de natuur volgens het ideaal van de cultuur.

De islamitische tuin is een paradijs op aarde. De symmetrische aanleg weerspiegelt de volmaakte orde van†de schepping. Weelderig groeiende struiken en bomen getuigen van een Goddelijke overvloed. Schaduwrijke plekken en koele waterstromen symboliseren Gods genade. Een verblijf in de tuin is de prettigste manier om aan de beloftes van het paradijs herinnerd te worden.

De Taj Mahal, een islamitisch paradijs op aarde. Foto W. Tamboer

Aards paradijs

De vele Paradijsbeschrijvingen in de koran maken veel duidelijk over de beleving van deze hemelse tuinen. Over de vorm blijft echter veel te raden over. Er is sprake van een poort, van rivieren, altijd rijpe vruchten en altijd jong blijvende jongelingen in mooie kleren.

De vorm die de islamitische tuin heeft aangenomen, is afkomstig van koningstuinen die de islamitische heersers in PerziŽ aantroffen. Dit tuinbeeld heeft de voorstelling van het paradijs in sterke mate bepaald. In beide waren een overvloedige bloemenpracht, vruchtbomen, koeltebrengende fonteinen, en paviljoens waarin genoten werd van dit alles.

Water

In een groot deel van het islamitische rijk is het klimaat heet en droog. Om een tuin aan te leggen moet de natuur ter plekke bedwongen worden. Om in de tuinen toch waterpartijen aan te kunnen leggen en een overdadige beplanting mogelijk te maken, was een ingenieus bevloeiingssysteem nodig. De kruisvorm die de waterkanalen in islamitische tuinen hebben, is volkomen onnatuurlijk, en illustreert het islamitische streven naar het zichtbaar maken van de verborgen kosmische orde. Het water zelf is een symbool voor Gods genade. De vier kanalen verwijzen naar het paradijs, waar vier rivieren stromen, gevuld met water, wijn, melk en honing.

Planten en bomen

Bloembedden in islamitische tuinen liggen een stuk lager dan de paden. Omdat de bloemen op enkelhoogte te zien zijn, is het alsof er kleurige tapijten liggen. In de paviljoens en woonvertrekken liggen werkelijke tapijten. De eenheid van tuin en huis wordt hiermee benadrukt.

In de tuinen van de Moghuls, stonden in alle seizoenen, en ook 's nachts, planten en bomen in bloei. Daardoor leek de tijd er, net als in het Hemels paradijs, stil te staan.

De meest karakteristieke boom in de islamitische tuin is de cypres. Vooral in graftuinen is hij aanwezig. Omdat hij het hele jaar groen blijft, is de cypres een symbool voor onsterfelijkheid en ook staat hij voor de verbinding tussen hemel en aarde. Vaak zijn de cypressen om en om geplant met vruchtbomen, die vanwege hun jaarlijks bloesemen en vruchten dragen, wederopstanding symboliseren. Verder van de waterkanalen vandaan staan vruchtbomen, wilgen, populieren en platanen. De gelijkenis van hun stammen met zuilen, die het plafond van gebladerte dragen, versterken de indruk van de tuin als een koel binnenvertrek.

Treed binnen

De toegangspoort is veelbetekenend binnen de paradijssymboliek van de tuin. Voordat de gelovigen de tuinen van het Hemels Paradijs betreden, gaan zij ook door een poort. Op de toegangspoort van een van de beroemdste islamitische tuinen, de Taj Mahal, is de 89ste soera aangebracht. Deze eindigt met de toepasselijke regels:

O gij tot rust gekomen ziel,

Keer terug tot uw Heer, welvoldaan en welgevallig,

En treed binnen onder Mijn dienaren,

En treed binnen in Mijn Gaarde.

Meer informatie over de islam