Home

De Verlichting - Hoe is de natuur georganiseerd?

De achttiende-eeuwse wetenschappers namen aan dat God de wereld als een uurwerk had gebouwd, waarna hij zijn schepping aan de mens had overgelaten. De natuurverschijnselen voltrokken zich dan ook als in een mechanisme: het ene principe zet het volgende in beweging. Het hele universum was aan dezelfde wetmatigheid onderworpen als het kleinste klokje. Dat moest wel, sinds Newton had aangetoond dat natuurwetten universeel waren.

Vanaf de Verlichting hield de wetenschap zich vooral bezig met het bestuderen van deze werkzame principes in de natuur. Het aantonen van de bedoelingen van haar bouwer werd steeds minder belangrijk. Het onderwerp van natuurwetenschap was: hoe de dingen werken, niet het waarom. En het antwoord werd vervat in formules en getallen.

De natuur lezen

In de zeventiende eeuw was een veel gebruikte beeldspraak die van de 'Bijbel der natuur'. Daarmee werd bedoeld dat een aandachtige lezer in de natuur van alles kan leren over God. Een eeuw later is dit geseculariseerd tot simpelweg het Boek der natuur. Het Boek der natuur gaat niet over Gods wonderen, maar geeft uitputtende informatie over alles wat er maar geweten kan worden. Het lijkt daarin sterk op het belangrijkste instrument voor de verspreiding van geleerde kennis in de achttiende eeuw: de encyclopedie.

Fysico-theologie

De eeuw van de Verlichting kende ook een stroming die er juist wel op uit was om in ieder natuurverschijnsel, tot in het nietigste insect of meest onooglijke zwam, de grootheid van de schepper te ontdekken. De beoefenaars van deze wetenschap, die fysico-theologie werd genoemd, bedienden zich†van moderne hulpmiddelen en onderzoeksmethodes. Zij gingen ervan uit dat de natuur er precies zo uitziet als God haar bedoeld heeft. Maar naarmate onderzoekers steeds meer bewijzen aantroffen voor ingrijpende gebeurtenissen die in het verleden in de natuur plaatsgevonden moesten hebben, ontstonden voorzichtige gedachten over de aarde als een veranderend geheel. Die verandering werd veroorzaakt door klimaat, aanwezigheid van voedsel en processen in de aarde zelf.

Met de mogelijkheid dat diersoorten konden uitsterven werd door de meeste geleerden nog geen rekening gehouden, daarvoor was het geloof in doelmatigheid van de schepping nog te groot. Men ging er nog altijd van uit dat ieder schepsel een noodzakelijk radertje was van het grote geheel der schepping.

Meer informatie over de Verlichting