Tao - Hoe is de natuur ontstaan? |
De ontstaansvraag is voor de taoïsten nauwelijks belangrijk. De natuurfenomenen voltrekken zich in een eindeloze herhaling. Een maker kent de natuur niet: de traditionele benaming voor natuur in het Chinees is ziran, wat 'vanzelf zo' betekent.
Anders dan in de westerse opvatting zijn voor de taoïst tijd en ruimte verenigd in een dynamisch geheel, dat geen absoluut begin kent. Alle verschijnselen, dus ook tijd, zijn volgens het taoïsme niet lineair maar cyclisch. Dit is zelfs herkenbaar in de Chinese geschiedschrijving, de enige ter wereld die ook geen nulpunt heeft, maar de dynastieke cycli (regering door opvolgende keizers uit één familie) als eenheid hanteert.
![]() |
Bi-schijf, symbool van de cyclus. Rijksmuseum voor Volkenkunde |
Zhuangzi zegt hierover:
Leven en dood zijn nooit eindigende transformaties; zij zijn noch het begin, noch het einde.
En Lao Zi schrijft in de Tao-te ching:
Er was een wezen, uit chaos vervolmaakt, dat bestond voordat hemel en aarde geboren werden; Geluidloos! Eindeloos! Alleenstaand en onveranderlijk, bewegend in cirkels zonder enige hapering.
Je kunt het beschouwen als de moeder van de wereld. Ik ken haar echte naam niet, maar noem haar de Tao.
