Trappelaars |
Trappelaars brengen veel tijd in het water door. Ze komen vooruit door hun achterpoten af te zetten tegen het water. Zwemvliezen vergroten het afzet oppervlak tegen het water.
|
|
Basisvorm van een trappelaar |
Skelet van de knobbelzwaan |
Het trappelen
De achterpoten dragen zwemvliezen. Bij de duwslag spreidt de trappelaar zijn zwemvliezen. De poot duwt naar achteren en het lichaam gaat vooruit. Vervolgens wordt de poot ingetrokken en de zwemvliezen samengevouwen en gaat deze terug naar voren voor de volgende duwslag.
|
Het trappelen bij de wilde eend |
|
|
skelet van de meerkoet skelet van de grauwe gans