Home

Waarom werden sommige dino's zo groot?

Groot zijn is fijn. Als je de allergrootste bent, heb je geen last van vijanden. Maar er zijn ook nadelen.

Olifanten hebben geen natuurlijke vijanden, omdat ze de grootste zijn. Wie kan ze de baas? Bij grote dino's was dat net zo. Hoe groter je bent, hoe veiliger je leeft. Het nadeel is dat je, als je groot bent, veel meer voedsel nodig hebt. Bovendien duurt het langer voordat je volwassen bent. En zo lang je nog klein bent, blijf je kwetsbaar en moet er misschien voor je gezorgd worden.

Als je heel groot bent, ben je ook niet meer zo snel - en dat is vooral voor roofdieren een nadeel. Grote dieren blijven alleen in leven als ze voldoende voedsel kunnen vinden. Het zijn vaak planteneters die heel groot worden, omdat hun voedsel nu eenmaal niet wegloopt.

In de dino-tijd was de aarde warm en waren er veel planten: er was dus veel voedsel en de dieren hoefden niet veel moeite te doen om op temperatuur te blijven. Heel groot worden was dan wel zo veilig. De grootste dino ooit was Argentinosaurus - die wel zo'n 75.000 en misschien wel 80.000 kg kon wegen.

Vroeger dachten paleontologen dat zulke grote dieren niet konden leven. Ze zouden door hun enorme gewicht door hun poten zakken. Maar uit berekeningen blijkt dat dino's nog veel groter konden worden; dieren tot 125.000 kg zouden nog steeds goed kunnen lopen. Alleen: hoeveel voedsel zouden die wel niet nodig gehad hebben - een heel bos per dag?