Knutselen aan de erfelijkheid |
Mens tegenover natuur?
Niet manipuleren betekent zoveel als: de natuur zijn gang laten gaan. In samenhang met genetische manipulatie wordt daarmee bedoeld: niet ingrijpen in de ontwikkeling van andere levende wezens. Levende wezens beïnvloeden elkaar echter, al dan niet opzettelijk, altijd. Ze proberen, voor zover dat in hun macht ligt, de omgeving naar hun hand te zetten. In onze geïndustrialiseerde samenleving zijn we geneigd de mens niet als onderdeel van de natuur te zien. Als wij de omgeving naar onze hand zetten, wordt dat dan ook als onnatuurlijk of zelfs tegennatuurlijk gezien. Evenzo wordt geknutsel aan de erfelijkheid van andere organismen als onnatuurlijk gezien. Het is echter niet essentieel verschillend van de manier waarop een virus het erfelijk materiaal van de gastheercel zodanig manipuleert dat hij zich kan vermenigvuldigen.
Genetische manipulatie al oud
Pas toen de mens minder dan tienduizend jaar geleden zijn eigen voedsel begon te kweken, gaf hij zijn bestaan als jager/verzamelaar op. Waarschijnlijk had hij reeds als jager geleerd wilde dieren, met name wolven, te gebruiken om aan voedsel te komen. Toen hij zich op vaste plaatsen ging vestigen, nam het gericht kweken van voedingsgewassen en het fokken van dieren een hoge vlucht. De essentie van fokken is dat gewenste eigenschappen door gericht kruisen worden versterkt. Het is pure genetische manipulatie. De planten en dieren zijn hierbij lijdend voorwerp, zo niet slachtoffer. Niemand wil toch beweren dat het fokken van honden met een zo verkorte snuit dat ze problemen hebben bij het ademhalen, de hond ten goede komt? Vanwaar dan de commotie over verdere ingrepen in de erfelijke eigenschappen van planten en dieren?
Peuteren in het DNA
Tegenwoordig kunnen we rechtstreeks ingrijpen in het DNA van andere organismen, zodat ze bijvoorbeeld producten gaan leveren die wij willen hebben. Een goed voorbeeld is de productie van insuline, nodig om de energierijke suikers vanuit het bloed in de weefsels te krijgen. Is er te weinig, dan hopen de suikers zich op in het bloed en krijgen de weefsels een tekort aan energie. Men is dan suikerpatiënt of diabeticus. De behandeling bestaat uit het inspuiten van insuline. Hiervoor gebruikte men tot voor kort insuline uit de alvleesklier van slachtrunderen en -varkens. Dat is echter niet exact gelijk aan menselijk insuline. Het varkensinsuline verschilt één aminozuur, het runderinsuline drie. De patiënt kan antistoffen tegen deze vormen van insuline gaan vormen, waardoor er steeds meer van nodig is. Men is er echter in geslaagd het DNA van bacteriën zodanig te manipuleren dat ze menselijke insuline produceren.
Gevaren
Hoewel evenzeer een levend wezen als een chimpansee, roept gesleutel aan een bacterie minder weerstand op dan wanneer een zoogdier wordt gebruikt. Als er al gevaren dreigen, dan dient men die toch eerder onder gemanipuleerde bacteriën te zoeken. Doordat ze niet met het blote oog te zien zijn, kunnen ze bij onzorgvuldig handelen ongemerkt ontsnappen. De kans dat dit kwaad kan is zeer klein, maar theoretisch zou gemanipuleerd DNA zodoende in andere bacteriën of zelfs in andere organismen terecht kunnen komen, met onvoorspelbare gevolgen. Maar nogmaals, de kans is erg klein. Het idee dat er zomaar ontembare monsters ontstaan is sciencefiction.