Home

Mutaties

Mutaties zijn veranderingen in erfelijke eigenschappen. Mutaties komen zelden voor in de natuur. Ze zorgen ervoor dat er variatie bestaat, waarop de natuur kan selecteren.
Gunstige mutaties

Mutaties zijn veranderingen in erfelijke eigenschappen. Er bestaan twee soorten mutaties. Chromosoommutaties zijn veranderingen van de bouw van een chromosoom (zie onder Genetica). Genmutaties zijn veranderingen in de basensamenstelling van het DNA (zie onder Genetica), waardoor afwijkende eiwitten kunnen worden gevormd. Mutaties komen zelden voor in de natuur. Ze zorgen ervoor dat er variatie bestaat, waarop de natuur kan selecteren. Mutaties zijn ook op te wekken, bijvoorbeeld door RŲntgen-straling, ultraviolet licht en verschillende chemicaliŽn. Het gevaar van teveel zonnestraling (ultraviolet licht) op de huid is bekend: de chromosomen van de huidcellen kunnen ontregeld raken, wat zelfs kan leiden tot kwaadaardige groei (huidkanker).

Soms hebben mutaties een dodelijke afloop. Mutaties in geslachtscellen kunnen bijvoorbeeld ervoor zorgen dat het embryo na de bevruchting sterft. Maar er zijn ook gunstige mutaties. Zo komt in Afrika bij mensen een afwijking in de rode bloedplaatjes voor, waardoor deze een sikkelvorm krijgen en minder zuurstof kunnen transporteren (sikkelcel-anemie). Dit is op zich ongunstig en de mutatie zou al lang weggeselecteerd zijn, ware het niet dat de dragers een betere bescherming hebben tegen malaria dan de mensen met 'normale' bloedplaatjes. Zolang malaria dus een grote selectiedruk uitoefent, heeft de 'afwijking' van sikkelcellen in het bloed voordelen. Hieruit blijkt dat een kenmerk nooit op zichzelf staat, maar in relatie moet worden gebracht met heersende omstandigheden. Het effect van een mutatie op het overleven is niet altijd zo duidelijk als in het geval van de sikkelcellen. Men spreekt ook wel van neutrale mutaties als het gaat om veranderingen op het moment dat ze ontstaan niet van invloed zijn op de overlevingskansen van het individu. Zulke mutaties blijven daardoor in de populatie aanwezig. Ze zorgen ervoor, dat er een zekere basis-variatie in de populatie aanwezig is, die van belang kan zijn bij veranderende omstandigheden.

Bepaling van verwantschappen

Sinds men de erfelijke eigenschappen tot op het niveau van moleculen kan ontrafelen, weet men dat een mutatie een verandering is in de volgorde van de vier basisstoffen (aangeduid met hun beginletters A, G, C en T) in het DNA (zie onder Genetica).

Nieuwe soorten ontstaan door selectie van varianten, die op hun beurt ontstaan zijn door mutatie. Omdat mutaties niet altijd zichtbaar zijn in uiterlijke kenmerken, is het mogelijk dat er verschillen tussen soorten in het DNA zijn terwijl die soorten er vrijwel gelijk uitzien. Tegenwoordig vergelijkt men vaak naast de uiterlijke kenmerken ook de volgorde van A, G, C en T in delen van het DNA van verschillende soorten. Elk verschil in het DNA is dan een extra kenmerk dat men kan gebruiken om de verwantschap tussen de soorten te bepalen.