Klonen |
Natuurlijke klonen
Bij eencellige organismen is celdeling de normale wijze van vermenigvuldiging. Maar ook sommige meercelligen weten identieke kopieën van zichzelf op de wereld te zetten. Eenieder die probeert zijn tuin onkruidvrij te houden, weet hoe lastig planten met worteluitlopers te verwijderen zijn. Zevenblad en kruipertje zijn beruchte voorbeelden. Het wilgenroosje kan door middel van ondergrondse uitlopers in korte tijd talloze vierkante meters van een kaalkapterrein bezetten. Zelfs meercellige dieren passen het kunstje toe. Zo kunnen poliepen stukjes van hun lichaamswand afsnoeren. Dit heet knopvorming. Het gaat in al deze gevallen om het vormen van klonen, oftewel kloneren. De afgesnoerde delen groeien uit tot volledige individuen. Parthenogenese, het ontstaan van individuen uit onbevruchte eicellen, zouden we een speciale vorm van kloneren kunnen noemen.
Onnatuurlijke klonen
Bij meer complexe dieren komt kloneren niet spontaan voor. Wel hebben sommige dieren een groot regeneratievermogen als een deel van het lichaam door uitwendige oorzaken losraakt. Een wandelende tak kan op de plaats van een afgebroken poot een nieuwe poot vormen. Een hagedis kan spontaan zijn staart afstoten als verdedigingsmechanisme en een nieuwe staart aanmaken. Er zijn zelfs dieren, zoals zeesterren en regenwormen, die van een losgerukt lichaamsdeel weer een heel individu weten te maken. Dankzij microtechnieken is de mens thans in staat ook van de meest complexe dieren, zoogdieren en ongetwijfeld straks ook van zichzelf, klonen te maken. Hiertoe wordt de kern uit een eicel of uit cellen van een embryo in een zeer vroeg (blastula-) stadium gehaald, en vervangen door de kern van een gewone lichaamscel. Deze wordt in een baarmoeder gezet voor verdere ontwikkeling.
Kloneren van genen
Met moderne technieken kunnen we tegenwoordig afzonderlijke erfelijke eigenschappen, genen, uit het DNA halen en inbouwen in een klein, zichzelf vermenigvuldigend genetisch element, zoals een plasmide (cellichaampje van een bacterie) of het genoom van een virus. Zo kunnen we vele kopieën van hetzelfde gen verkrijgen. Deze vorm van kopiëren wordt ook kloneren genoemd. Met deze techniek kunnen we bijvoorbeeld kopieën maken van gewenste eigenschappen, en die vervolgens inbouwen in het DNA van planten of dieren. De daaruit ontstane organismen noemen we transgene planten of dieren.
Kloneren en wetgeving
Door kloneren en genmanipulatie kunnen we veel leren over allerlei genetische processen, het ontstaan van tumoren, het verhelpen van genetische afwijkingen, enzovoort. Ook de snelle en goedkope productie van bepaalde geneesmiddelen kan een drijfveer voor onderzoek in deze richting zijn. Bovendien is de agrarische sector sterk geïnteresseerd, omdat door genmanipulatie hogere opbrengsten of sterkere rassen zijn te kweken. In Nederland is toestemming voor het onderzoek onderworpen aan het Besluit Biotechnologie bij Dieren, een onderdeel van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. De politiek en de maatschappij in het algemeen zijn zeer huiverig voor dit type onderzoek. De huivering is waarschijnlijk vooral terug te voeren op gebrek aan kennis en daardoor onzekerheid.