Home

Samen evolueren, ja gezellig

Soorten die in hetzelfde gebied voorkomen, beÔnvloeden elkaar. Dit is duidelijk als ze met elkaar moeten concurreren om voedsel, of als de een de ander opeet. Maar ook als ze weinig met elkaar te maken hebben, vormen ze toch een deel van elkaars omgeving en beÔnvloeden ze daardoor elkaars evolutie.
Een kwestie van schaal

Sommige auteurs noemen alle evolutie bij twee of meer soorten die het gevolg is van hun interacties, co- evolutie. Dit is vooral de opvatting van populatie-ecologen, die evolutie op een veel kleinere tijdschaal bekijken (namelijk het heden) dan systematici, die de evolutie over vele miljoenen jaren bestuderen. Op ecologische schaal wordt een geval van symbiose gezien als resultaat van co-evolutie. De partners zijn immers in hun evolutie steeds meer op elkaar afgestemd geraakt. Denk aan bloemen met speciale bestuivers, zoals kamperfoelie en pijlstaartvlinders. Een systematicus spreekt pas van co-evolutie, als de evolutie van meerdere soorten over langere tijd parallel heeft gelopen. Dit was de oorspronkelijke betekenis van de term co-evolutie. De term werd in 1965 bedacht door Ehrlich en Raven, die opmerkten dat elke taxonomische groep dagvlinders zijn eigen groep voedselplanten had. Zij vroegen zich daarom af of de planten en de dagvlinders zich parallel hadden ontwikkeld.

Orchidee
Orchidee

Ecologische schaal

Er worden drie typen co-evolutie onderscheiden. We spreken van competitie als de aanwezigheid van de ene soort de groei van de andere soort remt. Competitie is het gevolg van verstoring van een bestaand evenwicht door het binnendringen van een soort in het leefgebied van een andere soort. Die ene soort kan de andere verdringen of beide soorten kunnen ecologisch gezien uit elkaar groeien. Bij exploitatie heeft de ene soort de ander wel nodig, maar geldt het omgekeerde niet. Sterker nog, de belaagde soort probeert onder de relatie uit te komen. Bij mutualisme ten slotte hebben de soorten elkaar wederzijds nodig; het wordt ook wel symbiose genoemd. De stikstofbindende bacteriŽn die leven in de wortelknolletjes van vlinderbloemige planten en sommige struiken en bomen, zijn hiervan een goed voorbeeld.

Hoe fop ik mijn belager

Bij exploitatie gaat het om de relatie tussen een predator en zijn prooi, een parasiet en zijn gastheer of een planteneter en de voedselplant. Een aardig voorbeeld van het laatste vormen de vlinders van het Amerikaanse geslacht Heliconius. Zij hebben zich gespecialiseerd op passiebloemen. De planten hebben dit beantwoord met de vorming van structuurtjes die op eieren van Heliconius lijken. Een vrouwtje dat eieren wil afzetten denkt dan al gauw dat de plant reeds bezet is. Zo probeert bij exploitatie de een de ander steeds te slim af te zijn. Planten vormen gifstoffen tegen rupsen, en deze ontwikkelen weer manieren om het gif onwerkzaam te maken, of gebruiken het zelfs om zich tegen predatoren te beschermen. Dit wordt wel aangeduid met de term wapenwedloop.

Passiebloem
Passiebloem

Historische schaal

Op historische schaal gaat het bij co-evolutie niet om soorten maar om geslachten of zelfs families die parallel evolueren. Een voorbeeld. Ooit waren de paardachtigen een soortenrijke groep met 19 geslachten. Hiervan rest slechts ťťn geslacht, Equus, met zeven soorten. Er heeft een voorouder geleefd van het geslacht Equus, waaruit de zebra's, de ezels en het wilde paard (waarvan ons paard een gedomesticeerde vorm is) zijn voortgekomen. Stel, deze voorouder droeg een bepaald soort luis. Toen de voorouder zich splitste in twee soorten, werd de luis over deze soorten verdeeld en kon hij zich dus ook in twee soorten splitsen. Dat gebeurde, of althans kon gebeuren, elke keer als er soortsvorming optrad. Als we nu luizen vinden op paarden, ezels en zebra's, kunnen we verwachten dat de luizen van paarden en ezels het nauwst aan elkaar verwant zijn, omdat paarden en ezels dat ook zijn.