Home

DNA en onvoltooid verleden tijd

Als een cel sterft, valt het DNA in stukjes uiteen. De snelheid waarmee dit gebeurt, is onder andere afhankelijk van temperatuur en vochtigheid. Dankzij moderne technieken is maar een heel klein stukje DNA nodig voor een analyse, maar het vinden van een informatief stukje kan veel tijd en moeite kosten.
DNA en Paaseiland

Paaseiland is een van de meest geÔsoleerde eilanden ter wereld. Het ligt in de Pacifische Oceaan, meer dan 3000 kilometer ten westen van Zuid-Amerika. Ooit was dit eiland bewoond. De bewoners lieten reusachtige beelden na, die de fantasie van velen prikkelden. De Noor Thor Heyerdahl was ervan overtuigd dat deze bewoners op vlotten vanaf Zuid-Amerika waren komen aandrijven. Om die mogelijkheid te bewijzen ondernam hij zelf de tocht op een zelfgebouwd vlot. De reis slaagde en zijn theorie leek bevestigd. Een alternatieve theorie ging ervan uit dat de Paaseilanders PolynesiŽrs waren die uit het westen waren gekomen.

Men onderzocht mitochondriaal DNA van de botten van 12 individuen die enige honderden jaren geleden waren overleden. Dit DNA bleek typisch Polynesisch te zijn, zodat de theorie van Heyerdahl moest worden verworpen.

Musea als schatkamers van DNA

Natuurhistorische musea zijn archieven vol gebruikte, maar ook ongebruikte gegevens. De objecten vertellen ons welke soorten er zijn, waar ze voorkomen en waar ze ooit voorkwamen. Ze laten ook zien hoe soorten er vroeger uitzagen. Ze kunnen anders getekend zijn geweest, of een dikkere huid hebben gehad, of op enige andere manier anders zijn geweest. Zulke veranderingen kunnen dan in verband worden gebracht met veranderingen in het milieu. Daardoor krijgen we een beter inzicht in eventuele gevolgen van ons ingrijpen in het milieu. Daarnaast zitten de objecten vol met gegevens over de verwantschappen tussen soorten, opgeslagen in de kenmerken.

Naarmate de technieken verbeteren kunnen we meer van deze kenmerken bestuderen. DNA is de meest recente loot aan de zich snel vertakkende boom van technische mogelijkheden. Aangezien de objecten er praktisch niet voor beschadigd hoeven te worden, vormen de musea een bijna onuitputtelijke bron van gegevens.

Fossiel DNA

In 1990 werd beschreven hoe DNA met een lengte van 800 basenparen werd onttrokken aan een blad van een magnolia van 17 miljoen jaar oud. Dat blad was zo buitengewoon goed geconserveerd, dat het zelfs nog groen was. De kleur wees op de aanwezigheid van chlorofyl en daarmee ook op de mogelijkheid van andere macromoleculen, zoals DNA. Al spoedig ontstond er een wedloop om het oudste DNA. De leeftijd steeg naar 20, 40, ten slotte zelfs 130 miljoen jaar. Het ging hierbij steeds om uitzonderlijk goed geconserveerde insecten in barnsteen. Er heerst echter onzekerheid over de juistheid van deze claims. Het is namelijk erg moeilijk er zeker van te zijn, dat het werkelijk om heel oud DNA gaat.

stukjes barnsteen met insecten
stukjes barnsteen met insecten

Het object kan tijdens de analyse maar al te gemakkelijk besmet zijn geraakt met recent DNA. Een loszwevende haar of schub van een recent insect zou al genoeg kunnen zijn.

DNA en dinosauriŽrs

DinosauriŽrs spreken meer tot de verbeelding dan fossiele kevertjes. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat ook de fossiele botten van deze reuzenreptielen op DNA zijn onderzocht. Er werd DNA gevonden, maar bij nader onderzoek bleek het zogenaamd dinosauriŽr-DNA een klein stukje menselijk DNA te zijn dat er kennelijk tijdens de analyse in terecht was gekomen. Men gaat er nu van uit dat onder de meest gunstige bewaaromstandigheden, dat wil zeggen in koude klimaten, het DNA dat in fossiele botten kan worden gevonden, maximaal 100.000 jaar oud is. De bijzondere samenstelling van barnsteen maakt het blijkbaar mogelijk DNA enige tientallen miljoenen jaren langer 'goed' te houden. Het wachten is nu op de vondst van een insect in barnsteen, dat bloed heeft gezogen bij een dinosauriŽr.