Home

Vrouwelijke erfelijkheid en de Zwarte Eva

Bij alle plantaardige en dierlijke cellen met een kern, zitten de chromosomen met de erfelijke eigenschappen opgesloten in die kern. De laatste twee letters van DNA staan dan ook voor nucleic acid, oftewel kernzuur. Toch is dit DNA niet het enige DNA in de cel.

Eicellen en zaadcellen

Zaadcellen bestaan uit weinig meer dan de een bolletje erfelijk materiaal verpakt in een jasje met een kronkelstaart. Er is nauwelijks celvocht met insluitsels aanwezig. Eicellen zijn vele malen groter. Ze bevatten naast de celkern en voedsel (dooier) allerlei insluitsels die in een gewone cel ook aanwezig zijn. Hiertoe behoren mitochondriŽn en, in planten, chloroplasten. Beide typen insluitsels zijn essentieel voor het functioneren van de cel en het weefsel. Zo bevatten chloroplasten chlorofyl, de stof die lichtenergie opslaat in chemische verbindingen die elders in het weefsel de energie weer kunnen afgeven. En mitochondriŽn zijn een soort energiefabriekjes, met enzymen die voor de opname en afgifte van zuurstof van belang zijn. Het vreemde van deze typen insluitsels is dat ze daarnaast ook eigen DNA bezitten. Ze vermenigvuldigen zichzelf en bij celdelingen verdelen ze zich over de dochtercellen.

Overerving in vrouwelijke lijn

Doordat de insluitsels wel met de eicel maar niet met de zaadcel meekomen, zijn mitochondriŽn en chloroplasten in het nageslacht altijd van de moeder afkomstig. De overerving is dus veel simpeler dan bij de chromosomen. Die zijn immers, in geval van seksuele voortplanting, voor de helft afkomstig van de moeder en voor de helft van de vader. Het dierlijke mitochondriale DNA is vergeleken met het kern-DNA een betrekkelijk klein molecuul van ongeveer 15-42.000 basen. Het blijkt erg snel te evolueren, zodat reeds op populatieniveau veelal verschillen in volgorde van de organische basen zijn te vinden. MitochondriŽn komen veel voor in elke cel en zijn er relatief eenvoudig uit te isoleren. Om deze redenen is het mitochondriale DNA sinds het eind van de jaren zeventig uitgebreid gebruikt in populatieonderzoek, maar ook in verwantschapsonderzoek tussen soorten.

Black Eve?

Het menselijk mitochondriaal DNA is ongeveer 16.500 basen lang. De ligging van de genen op dit DNA is geheel bekend. Men heeft de basenvolgorde van het mitochondriaal DNA van 189 mensen van verschillende continenten onderzocht en met elkaar vergeleken. Op basis hiervan is een stamboom opgesteld en kwam men tot de conclusie dat de mens uit Afrika afkomstig moest zijn: Eva was zwart. Dat klopte mooi met de oudste fossiele menselijke resten. Die werden immers ook in Afrika gevonden. Een nieuwe analyse van het mitochondriaal DNA liet echter zien, dat ook andere conclusies mogelijk waren. Bovendien, ook al wijst de analyse naar ťťn voorouderindividu, deze hypothetische Eva was zeker niet alleen. Er waren veel meer vrouwen. Hun mitochondriaal DNA is waarschijnlijk verloren gegaan, doordat ze geen kinderen hadden of alleen maar zonen.