Home

Rodriguez reuzenschildpad

In de tijd van de grote zeilschepen vormden reuzenschildpadden een welkome aanvulling op de menukaart voor de lange zeereizen. Dit leidde tot het uitsterven van verscheidene soorten. De reuzenschildpad van Rodriguez Geochelone vosmaeri (Fitzinger, 1826) leefde tot 1708 in betrekkelijke rust. Afgezien van een paar Nederlandse schepen en een enkel piratenschip, legden er geen schepen op dit eiland aan. In 1708 verscheen echter een reisverslag van de Hugenoot François Leguat. Leguat maakte melding van groepen met twee tot drieduizend schildpadden op Rodriguez. Hij meende drie verschillende soorten gezien te hebben. Tegenwoordig denkt men dat slechts twee verschillende soorten het eiland bewoonden: Geochelone vosmaeri en Geochelone peltastes.

A. het Hooft
Rodriguez reuzenschildpad.

Beschermde voorraad

Door het verslag van Leguat werd de aandacht van de Engelse en Franse marine op het eiland gevestigd. Men betwistte elkaar het recht om de schildpadden van het eiland te 'oogsten'. Er werden verscheidene maatregelen genomen om de voorraad op Rodriguez en andere eilanden in de buurt te beschermen. Zo bepaalde de Franse Oost-Indische Compagnie dat de inwoners van Mauritius alleen nog maar schildpadden mochten halen van twee nabij gelegen eilanden, Round Island en Flat Island. Op deze eilanden leefden populaties van twee andere soorten reuzenschildpad: Geochelone indica en Geochelone borbonica. Desalniettemin werden de schildpadden nog altijd van Rodriguez geplunderd. Toen Mahé de Labourdonnais gouverneur werd van Mauritius en Réunion, beval hij een onderzoek naar de daders van de plunderingen. Het bleek dat de bemanningen van zijn eigen compagnie de schuldigen waren. Een poging om de reuzenschildpadden van Mauritius zelf - Geochelone inepta en Geochelone triserrata - naar andere eilanden over te brengen, had geen succes. Omdat de schepen die deze operatie uitvoerden vele duizenden schildpadden aan boord namen, overleefden de meeste van deze dieren de reis niet. De laatste melding van reuzenschildpadden op Rodriguez kwam in 1795. Op de bodem van een ravijn werd een paartje gezien. Vier jaar eerder was de laatste opzichter op het eiland overleden. Hij werd niet vervangen. Met het verdwijnen van de reuzenschildpadden verdween ook de interesse van de Fransen voor Rodriguez.

purcell
Rodriguez reuzenschildpad.

Museumcollectie

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden bezit het zogeheten holotype, een wetenschappelijk referentie-exemplaar van Geochelone vosmaeri. Het betreft een schild dat, zonder enige gegevens, vanuit Kaap de Goede Hoop naar Nederland verscheept was. Schoepff (1792) die van Vosmaer een beschrijving en een tekening van het schild had ontvangen, beschreef de soort als Testudo indica Vosmaeri ( Testudo indica sensu Vosmaer ). De huidige wetenschappelijke naam, Testudo vosmaeri, werd in 1826 door Fitzinger gegeven. Dat was dus enige decennia nadat de soort was uitgestorven. Pas later ontdekte men dat de soort niet in Zuid-Afrika voorkwam, en dat het schild waarschijnlijk van Rodriguez via Kaap de Goede Hoop moet zijn doorgestuurd.

purcell
Rodriguez reuzenschildpad.