Home

Huia

Nog voordat de eerste Europeanen in 1642 in Nieuw-Zeeland arriveerden, werd er al op grote schaal jacht gemaakt op de huia Heteralocha acutirostris (Gould, 1836). De staartveren van deze vogel werden gebruikt in de traditionele dracht van de Maori's, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. De huia is nooit algemeen geweest. De vogel kwam alleen voor in het zuidelijke deel van het Noordereiland. Het zal dan ook niemand verbazen dat de huia snel verdween, toen ook de Europeanen de jacht op hem openden.

A. 't Hooft
Huia (mannetje).

A. 't Hooft
Huia (vrouwtje).

Populair bij verzamelaars

De populariteit die de huia genoot bij Europese verzamelaars was vooral het gevolg van het merkwaardige verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. De snavel van de vrouwtjes is twee keer langer dan die van de mannetjes. De korte snavel van de mannetjes diende hetzelfde doel als de snavel van spechten: oude bomen werden ermee opengehakt. De vrouwtjes gingen wat fijnzinniger te werk: hun snavels waren geschikt om insecten onder de bast van bomen los te peuteren. De insecten werden vervolgens onder de tenen van de huia geplet en verorberd. In de vorige eeuw, toen men gek was op allerlei rariteiten, mocht de huia niet in de collecties ontbreken. Alleen al in Nieuw-Zeeland zijn 119 museumexemplaren bewaard gebleven. Afgezien van deze verzamelwoede, kreeg de huia te maken met concurrentie van geïntroduceerde vogels, die allerlei ziektes droegen waartegen huia's geen weerstand hadden. Ook de achteruitgang van de leefomgeving speelde een rol. De laatste betrouwbare waarneming dateert uit 1907, alhoewel in de jaren twintig af en toe melding werd gemaakt van zwarte vogels met oranje lellen op het gezicht.

purcell
Huia (vrouwtje).

Museumcollectie

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum bezit zeven huia's. Twee exemplaren die prachtig in een vitrine zijn opgezet, typeren de wijze waarop deze dieren in de 19de eeuw tentoongesteld werden. Drie huiden zijn verkregen via andere musea. Twee hiervan zijn een geschenk van het museum in Wellington, de derde komt uit het Godeffroy Museum in Hamburg. De herkomst van de overige twee exemplaren is onbekend.

purcell
Huia (vrouwtje en mannetje).