Home

Struikwinterkoning

Rotswinterkoninkjes vormen een kleine Nieuw-Zeelandse familie die uit slechts vier soorten bestaat, verdeeld over de geslachten Acanthisitta en Xenicus. Twee van de drie soorten uit het geslacht Xenicus zijn waarschijnlijk reeds uitgestorven. Maar dit is moeilijk te bevestigen, omdat de kleine vogeltjes in desolate, afgelegen gebieden leefden. Het lijdt echter geen twijfel, dat de Stephen Island rotswinterkoning Xenicus lyalli van de aardbodem verdwenen is. Deze vogel is beroemd geworden als de enige zangvogel die niet kon vliegen. Hij leefde op het kleine Stephen Island, waar de totale populatie uitgeroeid werd door één enkel dier: de kat van de vuurtorenwachter. Er is nog hoop dat er enkele exemplaren van de struikwinterkoning Xenicus longipes (Gmelin, 1789) in het onherbergzame 'Fjordland' leven, maar over het algemeen wordt aangenomen dat ook deze soort is uitgestorven. Er werden drie ondersoorten onderscheiden: Xenicus longipes longipes van het Zuidereiland, Xenicus longipes stokesi van het Noordereiland en Xenicus longipes variabilis van Stewart Island en de omringende eilanden. De noordelijke vorm is altijd erg zeldzaam geweest. Museumexemplaren van deze ondersoort zijn allen op één plek verzameld. Xenicus longipes longipes is voor het laatst in de jaren vijftig waargenomen. Steads rotswinterkoning Xenicus longipes variabilis verdween ongeveer tegelijkertijd van Stewart Island, maar op het nabijgelegen Big South Cap Island wist zich een populatie te handhaven. Toen ratten dit eiland bereikten, stierf ook dit ras uit.

A. 't Hooft
Struikwinterkoning

Museumcollectie

Het exemplaar in het Nationaal Natuurhistorisch Museum is afkomstig van het Zuidereiland, waar het omstreeks 1870 gevangen is door Sir John Francis Julius von Haast, naar wie een stad op het eiland vernoemd is. Kennelijk heeft Von Haast de huid geschonken aan Otto Finsch, die hem op zijn beurt naar het museum gezonden heeft.

purcell
Struikwinterkoning