Home

Lachuil

De lachuil Sceloglaux albifacies (Gray, 1844) dankt zijn merkwaardige naam aan zijn roep. Ze leefden zowel op het Noorder- als op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Het ras van het Noordereiland, Sceloglaux albifacies rufifacies, was al omstreeks 1890 uitgestorven. De laatst bekende lachuil van het Zuidereiland werd in juli 1914 dood aangetroffen in de omgeving van Bluecliffs, South Canterbury.

A. 't Hooft
Lachuil

Oorzaak uitsterven niet bekend

De precieze oorzaak van het uitsterven van de lachuil is niet bekend. Er is gesuggereerd dat de uil voor zijn voedsel afhankelijk was van de Maorirat Rattus exulans. Toen de rattenpopulatie achteruitging zou de uil in de problemen gekomen zijn. Toch is dat niet waarschijnlijk. Maoriratten kwamen als verstekeling op de boten van Polynesische immigranten pas rond 900 AD in Nieuw-Zeeland. Voor die tijd waren de lachuilen dus afhankelijk geweest van ander voedsel. Het zou voor hen dan ook mogelijk geweest moeten zijn om weer van prooidier te wisselen. Lachuilen werden regelmatig gevangen voor Europese musea en dierentuinen. Toch zal ook de jacht niet de belangrijkste oorzaak voor het verdwijnen zijn geweest. Waarschijnlijk leed de soort onder dezelfde factoren waardoor andere Nieuw-Zeelandse soorten verdwenen, te weten ontbossing, ziektes en de introductie van roofdieren.

purcell
Lachuil

Museumcollectie

Veruit de meeste lachuilen die in musea bewaard worden, zijn afkomstig van het Zuidereiland. Zo ook de beide exemplaren in het Nationaal Natuurhistorisch Museum, die verzameld zijn in 1876 en 1886 door Otto Finsch, de latere vogelconservator van het Leidse museum.

purcell
Lachuil