Home

Dodo

Als je praat over uitgestorven beesten, denken de meeste mensen in de eerste plaats aan de Dodo, Raphus cucullatus (Linnaeus, 1758). Het is merkwaardig dat we nog altijd niet weten hoe de Dodo er in werkelijkheid uit heeft gezien, terwijl de vogel toch ooit in Europa als bezienswaardigheid levend tentoongesteld werd. Je zou ook veronderstellen dat de vele illustraties van de Dodo een goed beeld geven. Maar elke tekening is net ietsje anders dan de andere. Veelal werden eerdere afbeeldingen overgetekend en aangevuld met de nodige fantasie. Aangezien er geen opgezette exemplaren van de Dodo meer bestaan, kunnen we nog slechts proberen om deze duifachtige te reconstrueren aan de hand van de afbeeldingen en van het vele botmateriaal dat gevonden is.


Dodo

Walghvogel

Dodo's leefden op het eiland Mauritius in de Indische Oceaan. De eerste beschrijving werd in 1601 gegeven door Jacob Corneliszoon van Neck, die hem de 'walghvogel' noemde, omdat hij zo afgrijselijk smaakte. Doordat ze niet konden vliegen, waren dodo's vrij gemakkelijk te vangen. Ze werden dan ook door zeelieden gebruikt als een aanvulling op het menu. Dat ging echter niet altijd van harte, zoals blijkt uit de benaming van Van Neck. Hoe langer je het vlees kookte, des te taaier het werd. Alleen de buik en het borstvlees was enigszins smakelijk. Het laatste verslag van levende dodo's stamt uit 1681 toen Benjamin Harry, de eerste stuurman van de Berkeley Castle, met zijn schip bij Mauritius aanlegde. De Franse Hugenoot François Leguat, die in 1693 op Mauritius aankwam, maakte in zijn verslag geen melding meer van de dodo, zodat we kunnen aannemen dat hij toen verdwenen was. De dodo heeft zwaar te lijden gehad van de jacht, maar waarschijnlijk werd het uitsterven ook bespoedigd door de introductie van apen en wilde varkens op het eiland. Omdat dodo's op de grond nestelden, was het met name voor de varkens gemakkelijk om hun nesten te plunderen.

purcell
Dodo

Museumcollectie

Er bestaan geen opgezette dodo's. Het Ashmole museum in Oxford bezat er ooit één, maar in 1755 werd dit exemplaar vrijwel compleet vernietigd. Nu worden alleen nog de kop, met daarop een lap van de huid met wat veertjes en ook een poot in Oxford bewaard. Een andere beroemde schedel van de dodo ligt in Kopenhagen. Het Nationaal Natuurhistorisch Museum bezit negentiende-eeuwse afgietsels van zowel de poot uit Oxford als de schedel uit Kopenhagen. Botten van de dodo zijn in tal van musea opgeslagen. Soms zijn uit deze botten complete skeletten samengesteld. De dodobotten in het NNM, twee dijbenen, vier scheenbenen en vier middenvoetsbeentjes, zijn geschonken door H. Sclater van het St. Catherine College in Cambridge.