Home

Norfolkeilandduif

De Engelsman Latham beschreef de Norfolkeilandduif Hemiphaga novaeseelandiae spadicea (Latham, 1801) in 1801. Dat was ook meteen het jaar dat dit ras van de Nieuw-Zeelandse duif voor het laatst in het wild gezien is. De duiven van Norfolk, een eilandje zo'n 800 km ten noordwesten van Nieuw-Zeeland, waren iets groter dan hun nauwe verwant op Nieuw-Zeeland en verschilden enigszins in kleur. Een ander ras Hemiphaga novaeseelandiae chathamensis is nog groter en komt voor op het naburige eiland Chatham. Ontbossing en jacht leidden tot het uitsterven van de Norfolkeilandduif. In de 19de eeuw had ook de Nieuw-Zeelandse duif sterk te lijden van de jacht en van het inkrimpen van zijn leefgebied. In tegenstelling tot zijn verwant op Norfolk, waren er voor deze duif voldoende gebieden waar hij kon overleven. Inmiddels lijken ze zich min of meer te hebben aangepast aan hun nieuwe leefomgeving, en worden ze weer in grotere aantallen waargenomen.


Norfolkeilandduif

Museumcollectie

Slechts twintig duiven van Norfolkeiland zijn wereldwijd bewaard gebleven in musea. Drie exemplaren bevinden zich in het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Eén daarvan maakte al deel uit van de privé-collectie van de oprichter en eerste directeur van het museum, Coenraad Jacob Temminck. De herkomst van de andere twee is onbekend.