Home

Tahitistrandloper

Volgens Johann Reinhold Forster and William Anderson was de Tahitistrandloper Prosobonia leucoptera (Gmelin, 1789) geen zeldzame verschijning, toen hij ruim twee eeuwen geleden werd ontdekt. Forster was als natuurwetenschapper mee aan boord van de Resolution tijdens de tweede reis van kapitein James Cook. Toen het schip in 1773 bij Tahiti aanlegde, verzamelde hij daar één strandloper die vervolgens door zijn zoon George werd geschilderd. Anderson was tijdens deze reis knecht van de scheepsarts. Tijdens de volgende reis van Cook was hij opgeklommen tot scheepsarts en natuurwetenschapper. In die hoedanigheid verzamelde hij eind 1777 op het eiland Moorea nog eens twee Tahitistrandlopers.


Tahitistrandloper

'Witvleugelstrandloper'

De ornitholoog John Latham heeft deze drie huiden van de strandloper onderzocht. Hij concludeerde in 1787 dat het om een tot dusver onbekende soort ging en noemde hem 'witvleugel strandloper'. In 1789 gebruikte Johann Friedrich Gmelin de beschrijving van Latham om het dier zijn wetenschappelijke naam te geven: Tringa leucoptera. Twee van de huiden die Latham in zijn bezit had zijn sindsdien verloren gegaan. Het enige overgebleven exemplaar van deze uitgestorven soort bevindt zich in het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Over de oorzaak van het uitsterven van de Tahitistrandloper is weinig bekend. Sinds Cook het eiland aandeed, is het diertje nooit meer gezien. Het is waarschijnlijk dat de ratten die op het eiland terecht kwamen, hier iets mee te maken hebben.

purcell
Tahitistrandloper

Twee soorten?

Volgens de Britse ornitholoog Richard Bowdler Sharpe behoorden niet alle huiden tot één en dezelfde soort. Aan de hand van een tekening van William Ellis, die als scheepsarts op Cook's schip de Discovery mee was, bepaalde Sharpe in 1906 dat de vogels van Moorea tot een andere soort behoorden dan die van Tahiti. Hij noemde de vogels van Moorea Prosobonia ellisi naar de scheepsarts die ze getekend had. Of er inderdaad sprake is van twee verschillende soorten is nog altijd onderwerp van discussie. Wetenschappers baseren zich vooral op de tekeningen die gemaakt zijn door Forster en Ellis en op een plaat die J. Webber maakte van het andere exemplaar van Moorea. Daarnaast wordt natuurlijk ook het Leidse exemplaar uitvoerig bediscussieerd. Helaas kunnen we niet met zekerheid vaststellen waar en wanneer deze vogel verzameld is. Over het algemeen wordt aangenomen dat dit het dier is dat Forster verzameld heeft. Maar in één detail komt de vogel niet overeen met Forsters uitgebreide beschrijving van zijn exemplaar. Dat het één van de vogels zou zijn die Anderson heeft verzameld lijkt echter uitgesloten. Daarvoor verschilt het exemplaar te zeer met de tekeningen van Ellis en Webber.

Museumcollectie

Het is niet geheel duidelijk, hoe de Tahitistrandloper in Leiden terecht is gekomen. Waarschijnlijk is het exemplaar in 1819 door directeur Temminck in Londen gekocht. Hij was daar toen de collectie van het Bullock Museum geveild werd. Maar ook dit is niet met zekerheid vast te stellen, daar het dier niet staat op Temminck's lijst van aanwinsten. Mogelijk was het één van de vogels die hij als 'onbekende soort' op zijn lijst vermeld had. In ieder geval weten we dat één van de huiden van de expedities van Cook via de collectie van Banks in het museum van Bullock terecht gekomen moet zijn.