Home

Hawaiiral, Laysanral, Samoawaterhoen en Fijiral

Verreweg de meeste recent uitgestorven vogelsoorten leefden op eilanden waar het fragiele natuurlijk evenwicht snel verstoord werd toen de mens er nieuwe diersoorten introduceerde. De belangrijkste bedreiging voor de zogenoemde endemen vormden de scheepsratten. Maar ook katten, honden, mangoesten, geiten en konijnen hebben grote schade aangericht. Met name de rallen van het Pacifisch gebied hebben hiervan veel te lijden gehad. Veel van de eilanden hadden unieke soorten, die bovendien extra kwetsbaar waren, doordat ze niet konden vliegen.

Hawaiiral

Twee van de vier uitgestorven Pacifische rallen waarvan het Nationaal Natuurhistorisch Museum exemplaren bezit, leefden op de Hawaii-eilanden: de Hawaiiral Porzana sandwichensis (Gmelin, 1789) en de Laysanral Porzanula palmeri (Frohawk, 1892). De Hawaiiral werd voor het eerst verzameld in 1779 tijdens de derde reis van kapitein James Cook. William Ellis, scheepsarts aan boord van de Adventure, maakte een tekening van het dier. Deze tekening werd door de Duitse zoöloog Johann Friedrich Gmelin gebruikt om de soort zijn wetenschappelijke naam te geven. Gmelin noemde de soort Rallus sandwichensis naar de toenmalige naam van de Hawaii-eilanden, de Sandwich Islands. Later werd gesuggereerd dat naast Porzana sandwichensis nog een ral op Hawaii voorkwam. Sanford Dole beschreef namelijk in 1879 Pennula millei, een soort die sterk leek op de Hawaiiral, maar een veel donkerder verenkleed had. Nu wordt verondersteld dat Dole in feite de volwassen exemplaren van de Hawaiiral beschreef. Tijdens Cook's expeditie zouden alleen jonge dieren gevangen zijn. De Hawaiiral in het NNM is één van die vogels die verzameld is tijdens de reis van Kapitein Cook. Oorspronkelijk maakte het deel uit van de collectie van het Bullock Museum. Toen deze in 1819 in Londen onder de hamer kwam, was Temminck van de partij. De Hawaiiral was een echt koopje: hij kostte slechts £1,15.


Hawaiiral

purcell
Hawaiiral

Laysanral

De andere uitgestorven ral van de Hawaii-eilanden in het Nationaal Natuurhistorisch Museum is de Laysanral. Het eiland Laysan meet slechts 3,2 x 1,6 km. De kleine Laysanral kwam hier vrij algemeen voor. Het diertje stond bekend als erg brutaal. Op zoek naar voedsel gingen de vogels soms zelfs huizen binnen. In tegenstelling tot de Hawaiiral waren het geen ratten, maar konijnen die het uitsterven veroorzaakten. Konijnen en cavia's brachten zoveel schade toe aan het oorspronkelijke habitat van de ral, dat deze in 1936 van Laysan verdwenen was. Inmiddels was echter een aantal individuen overgebracht naar Paaseiland. Deze populatie deed het aanvankelijk erg goed, maar in 1943 bracht een Amerikaans landingsvaartuig onbedoeld ratten op dit eiland. Twee jaar later was de soort definitief van de aardbodem verdwenen. Op dat moment was het habitat op Laysan net weer teruggebracht in zijn natuurlijke staat. Voor de Laysanral was dat echter te laat.


Laysanral

Samoawaterhoen

Het Samoawaterhoen Pareudiastes pacificus Hartlaub en Finsch, 1871 werd in 1869 ontdekt door Johann Kubary, een verzamelaar voor het Hamburgse Godeffroy Museum. Kubary verzamelde ook de twee exemplaren die in 1874 door het Hamburgse museum aan het museum in Leiden geschonken werden. Omstreeks die tijd werd de soort ook voor het laatst met zekerheid waargenomen. In 1988, meer dan een eeuw later, gingen er geruchten dat de soort weer gezien zou zijn. Deze waarneming is echter nog niet bevestigd. Het Samoawaterhoen moet altijd al zeldzaam geweest zijn. De enige plek waar hij voorkwam was Savai, één van de Samoa-eilanden. Net als bij andere eilandrallen, is de introductie van ratten hem waarschijnlijk fataal geworden. Slechts tien huiden van de soort zijn in verscheidene musea bewaard gebleven.


Samoawaterhoen

Fijiral

Van de Fijiral Nesoclopeus poecilopterus (Hartlaub, 1866) werd onlangs weer een waarneming gerapporteerd. De soort was sinds 1890 niet meer waargenomen, totdat David Holyoak in 1973 op het eiland kwam. In de omgeving van Vunidawa op Vitu Levu zag hij op vijf meter afstand een vogel voorbij schieten, die volgens hem niets anders kon zijn dan een Fijiral. Sinds deze onbevestigde waarneming, inmiddels meer dan twintig jaar geleden, is ook deze ral niet meer gezien. Toch is het niet uitgesloten dat hij nog voorkomt in de ondoordringbare moerassen van de Fiji-eilanden. Ook de drie Fijirallen in het Nationaal Natuurhistorisch Museum zijn een donatie van het Godeffroy Museum. Slechts een klein aantal huiden van deze soort wordt wereldwijd bewaard.


Fijiral

purcell
Samoawaterhoen en Fijiral