Home

Labradoreend

De Labradoreend Camptorhynchus labradorius (Gmelin, 1789) is genoemd naar de provincie Labrador aan de noordoostkust van Canada, waar hij 's zomers broedde. De nesten en eieren van de soort zijn echter nooit gevonden. Er wordt dan ook wel gesuggereerd, dat de broedgebieden eigenlijk noordelijker lagen, of anders op eilanden in de Golf van St. Lawrence. 's Winters trokken de eenden naar het zuiden om te overwinteren in zandige baaien en inhammen langs de kusten van New England, New Jersey en Long Island.

A. 't Hooft
Labradoreend.

Gespecialiseerde voedingsgewoonten

We kunnen slechts gissen naar de oorzaak van het uitsterven van deze zee-eend. Weliswaar werd de vogel soms op de markten van New York en Baltimore aangeboden maar het vlees schijnt niet erg smakelijk geweest te zijn en bovendien gemakkelijk te rotten. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat de Labradoreend als gevolg van de jacht is uitgeroeid. De meest logische verklaring tot dusver gaat ervan uit dat het een dier was met 'te' gespecialiseerde voedingsgewoonten, zoals ook al uit de vorm van de snavel blijkt. Hierdoor was hij extra kwetsbaar voor veranderingen in zijn leefomgeving. Toen het oosten van Amerika in cultuur werd gebracht, had dit een negatief effect op de slakkenfauna waarvan de Labradoreend afhankelijk was. De laatste Labradoreend werd in de herfst van 1875 gevangen op Long Island. Dit exemplaar, een mannetje, is tegenwoordig te vinden in het United States National Museum in Washington. Er wordt wel beweerd dat op 2 december 1878 bij Elmira in New York nog een Labradoreend geschoten zou zijn, maar aangezien de huid van deze vogel niet bewaard is gebleven, kan deze melding niet geverifieerd worden.

A. 't Hooft
Labradoreend.

Museumcollectie

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum heeft een mannetje en een vrouwtje welke in de eerste helft van de 19de eeuw zijn verzameld door Prinz Maximiliaan von Wied zu Neuwied. Deze Duitse verzamelaar reisde in het begin van de 19de eeuw door Noord-Amerika en Zuid-Amerika. De vogels kwamen echter pas in 1863 in het museum terecht, waarschijnlijk als onderdeel van een omvangrijke ruil met het natuurhistorische museum van Wenen. Wereldwijd zijn 54 opgezette exemplaren bekend. De grootste collectie is te vinden in het American Museum of Natural History, dat tien exemplaren van deze zee-eend bezit.

purcell
Labradoreend.