Home

Moa

Tijdens een wandeling in de omgeving van Otago, Nieuw-Zeeland, stond George Pauley plotseling tegenover een enorme struisvogelachtige vogel van zes meter hoog. Zowel man als vogel schrokken van de onverwachte ontmoeting en beiden zochten een veilig heenkomen. Dit verhaal zou zich rond 1820 hebben afgespeeld. Het is één in een reeks van dergelijke ontmoetingen die tot 1839 als fabels beschouwd werden. In dat jaar maakte de wereldberoemde anatoom Richard Owen echter bekend, dat hij aan de hand van één botfragment had vastgesteld, dat ooit reusachtige vogels in Nieuw-Zeeland geleefd hebben. Het is niet ondenkbaar dat sommige van deze vogels in die tijd nog in leven waren.


Moabotten.

In ieder geval bleven tot ver in de negentiende eeuw berichten binnenkomen van mensen die meenden deze zogeheten moa's gezien te hebben. Geen van deze verhalen kon echter worden bevestigd. Wel werden vele botten gevonden, soms zelfs met de resten huid, spieren en veren.

Twee families

Aan de hand van deze botten werden verscheidene moasoorten beschreven. Eerst rekende men ze allemaal tot het geslacht Dinornis, maar tegenwoordig worden de moa's onderverdeeld in twee families, de Dinornithidae en de Anomalopterygidae. Bovendien onderscheidt men zeven geslachten. Sommige moa's waren slechts een meter hoog, andere reikten tot meer dan drie meter. Alle zijn nu uitgestorven.

purcell
Moa.

Krassen van een ijzeren mes

Waarschijnlijk was de moa al op zijn retour voordat de eerste mensen Nieuw-Zeeland bereikten. Veranderingen in het klimaat en vulkaanuitbarstingen zouden hun tol geëist hebben. Toen rond 900 na Christus de eerste Polynesiërs op de eilanden kwamen, ging het snel bergafwaarts. Waarschijnlijk leefden sommige van deze vogels nog toen de eerste Europeanen naar Nieuw-Zeeland kwamen. Sommige botten vertonen krassen die door ijzeren messen gemaakt zouden zijn, en ijzer werd pas door de Europeanen in Nieuw-Zeeland geïntroduceerd. Bovendien bleek uit gesprekken met de oorspronkelijke bewoners, de Maories, dat in ieder geval kort voordat Captain Cook in 1770 de eilanden ontdekte, er nog op 'reuzenvogels' gejaagd werd.

Museumcollectie

Moaskeletten zijn geen zeldzaam verschijnsel in museumcollecties. Het Nationaal Natuurhistorisch Museum bezit er één, dat echter jarenlang als een olifantsvogel van Madagaskar in de tentoonstelling stond. Inmiddels is vastgesteld dat het gaat om een skelet van Emeus crassus (Owen, 1846). Daarnaast bezit het museum een wervel en een kuitbeen, die in 1949 opgegraven zijn in de beroemde moa-vindplaats Pyramid Valley op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Volgens het label behoren ze tot een soort van het geslacht Dinornis, maar ze zouden net zo goed kunnen behoren tot één van de drie andere moa-geslachten die in Pyramid Valley zijn opgegraven.