Home

Caraïbische monniksrob

Monniksrobben zijn de oudste nog levende vertegenwoordigers van de zeehonden. Deze groep is al langer duidelijk op zijn retour, een proces dat door de invloed van de mens is versneld. Er waren tot voor kort nog drie soorten, die ver van elkaar voorkwamen in tropische en subtropische gebieden. Een soort leeft in de Hawaï-archipel in de Stille Oceaan, de andere twee soorten kwamen voor aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Monniksrobben zoeken stranden op om te rusten of hun jongen ter wereld te brengen. Ze zijn vooral te vinden in afgelegen streken en op onbewoonde eilanden. Nu de mens echter overal komt, lijkt het lot van de monniksrobben bezegeld. Twee van de drie soorten nemen sterk in aantal af. De derde, de Caraïbische monniksrob Monachus tropicalis (Gray, 1850), is al uitgestorven.

A. 't Hooft
Caraïbische monniksrob.

Massaal afgeslacht

Caraïbische monniksrobben leefden aan de kusten van het Caraïbisch gebied tussen Florida, Yucatan en de noordkust van Zuid-Amerika, zowel op eilanden als op het vasteland. Columbus kende ze al. In het verslag van zijn tweede reis naar Amerika is te lezen, dat zijn bemanning een aantal zeehonden doodde. Toen waren de monniksrobben nog talrijk, maar vanaf de komst van de eerste blanken, werd ze in groten getale afgemaakt, deels voor hun traan, maar vooral omdat vissers vreesden voor concurrentie. Monniksrobben waren niet schuw en daardoor een gewillige prooi. De kolonies werden veelvuldig door jagers verstoord. In 1707 schreef H. Sloane: "De Bahama's zitten vol zeehonden; soms vangen de vissers er wel honderd in één nacht." Vooral aan het eind van de 19de eeuw werden er grote slachtingen aangericht. Rond 1880 was de Caraïbische monniksrob al zeldzaam geworden. De laatste kolonie werd in 1952 waargenomen op Serranilla Bank, een kleine groep koraaleilanden tussen Jamaica en Honduras. Sindsdien zijn er geen waarnemingen meer gedaan, en men neemt dan ook over het algemeen aan dat de Caraïbische Monniksrob aan het begin van de jaren vijftig is uitgestorven.

purcell
Caraïbische monniksrob.

Museumcollectie

Het exemplaar in het Nationaal Natuurhistorisch Museum, een opgezette huid en schedel, is gevangen door H.L. Ward, die tussen 1 en 4 december 1886 een jachtpartij had georganiseerd op de Triangle Keys in de Campeche Baai in Mexico. Hoewel de groep door slecht weer slechts een paar dagen op de eilanden konden blijven, werden er 49 monniksrobben gedood. In 1887 kocht het museum in Leiden één van de huiden via de Amsterdamse handelaar G.A. Frank. Tot 1915 wisten de monniksrobben nog stand te houden op de Triangle Keys. Toen werden daar in één keer ongeveer tweehonderd dieren afgeslacht.

purcell
Caraïbische monniksrob.