Home

Falklandhond

De Falklandhond of Falklandwolf Dusicyon australis (Kerr, 1792) werd in 1690 door Kapitein Strong ontdekt. Deze hield er enkele maanden lang een als 'scheepshond'. Toen de bemanning echter met de scheepskanonnen oefende, schrok het dier zo, dat het overboord sprong.

A. 't Hooft
Falklandhond

Opmerkelijk tam

In 1765 claimde commodore Byron de Falkland Islands als Brits grondgebied. Uit zijn verslagen weten we dat de Falklandhond toen vrij algemeen voorkwam. De soort werd wetenschappelijk beschreven aan de hand van een huid, die Byron naar Engeland had gezonden.

In 1833 bezocht Darwin met de Beagle de eilanden. Darwin merkte op hoe tam deze honden waren en schreef dat hij bang was dat deze eigenschap de soort fataal zou kunnen worden. Hij kreeg gelijk. Stropers die belust waren op de mooie vacht, lokten de dieren naderbij met een stuk vlees in de ene hand en een mes in de andere. In 1863 was de Falklandhond al verdwenen uit East-Falkland.

purcell
Falklandhond

Vergiftigd

Toen men op de Falkland Islands schapen ging houden, was het lot van de Falklandhond snel bezegeld. Boeren meenden dat de honden schapen doodden en begonnen de honden systematisch te vergiftigen. Over het algemeen wordt aangenomen dat de laatste Falklandhond werd gedood bij Shallow Bay op West-Falkland.

Gedomesticeerde hond

De Falklandhond heeft een aantal uiterlijke kenmerken die sterk doen denken aan gedomesticeerde honden. De witte staartpunt en de vorm van de schedel wijzen in deze richting. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat een hondensoort op eigen kracht de Falkland Islands heeft kunnen bereiken en de barre IJstijden heeft overleefd. Algemeen wordt dan ook aangenomen dat de soort een kruising is van een gedomesticeerde hond met een nog niet nader geïdentificeerde Zuid-Amerikaanse hond.

Museumcollectie

Er zijn slechts enkele exemplaren van de Falklandhond bewaard gebleven. Het Natural History Museum in Londen heeft twee opgezette dieren, die tijdens de reis met de Beagle verzameld zijn en verder een skelet en wat schedels. Het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis bezit drie opgezette exemplaren, inclusief de schedels. Eén van de exemplaren is gekocht van de handelaar G.A. Frank. De andere twee huiden en schedels zijn afkomstig van de expedities van kapitein J.C. Ross en C.C. Abbott.