Home

Zuidelijke stekelstaartkangoeroe

De zuidelijke stekelstaartkangoeroe Onychogalea lunata Gould, 1841 had een speciale methode om aan roofdieren te ontsnappen. Als hij werd opgejaagd, vluchtte hij een holle boom in. Voor de meeste roofdieren waren de dieren dan misschien veilig, maar de Aboriginals rookten ze gewoon uit.


Zuidelijke stekelstaartkangeroe

Aanvankelijk zeer algemeen

Deze kleine kangoeroe leefde in open savannen en vlakten en was niet zeldzaam toen de eerste Europeanen naar Australië kwamen. In Zuidwest-Australië bemachtigde de verzamelaar G.C. Shortridge tussen 1904 en 1907 23 huiden voor het British Museum. Het laatste exemplaar in dat gebied werd in 1908 verzameld, waaruit blijkt dat de soort in een zeer snel tempo moet zijn uitgeroeid. Zuidelijke stekelstaartkangoeroes kwamen ook in Centraal-Australië voor. Deze populatie wist langer stand te houden dan die in het zuidwesten. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw leefde er nog een aantal exemplaren. Sindsdien is de soort niet meer waargenomen. Zelfs de Aboriginals, de beste informatiebron als het gaat om de Australische wildernis, hebben deze kangoeroe al jaren niet meer waargenomen.

Museumcollectie

De vier exemplaren in het Nationaal Natuurhistorisch Museum zijn in de 19de eeuw verzameld. Eén dier is afkomstig van John Gould, de zoöloog en illustrator die de soort heeft beschreven. Twee exemplaren zijn gekocht van de Amsterdamse handelaar G.A. Frank en één huid is verkregen via het museum in Sydney.