Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Thijsse

    De natuurbescherming in Nederland is ondenkbaar zonder Thijsse. Meer dan een halve eeuw na zijn dood (1945) is zijn naam nog een begrip. Hij was niet de enige die de natuur wilde beschermen. Waarom lukte hem wel wat anderen niet voor elkaar kregen?

    Jac. P. Thijsse
    Jac. P. Thijsse

    Nederland eind 19de eeuw

    Als we een topografische kaart bekijken van Nederland van 100 jaar geleden, worden we jaloers op de toenmalige uitgestrektheid van 'woeste' natuur in ons land. Waar maakte men zich helemaal zorgen over? Hadden de natuurbeschermers van het eerste uur een vooruitziende blik, of dreigde er ook toen al veel te verdwijnen? Vooral het laatste zal het geval zijn geweest. Het vormde de start van de georganiseerde natuurbescherming in 1905. Dat er al veel verloren was gegaan in de 19de eeuw bleek uit het in 1886 verschenen boekje Onkruid van Frederik Willem van Eeden, de vader van de bekende schrijver Frederik van Eeden. Het boekje bevat beschrijvingen van botanische wandelingen. De sterk melancholieke sfeer, het mijmeren over wat verloren is gegaan, sloeg echter niet aan. Pas aan het eind van de 19de eeuw werd de juiste toon gevonden, door de Amsterdamse schoolmeester Eli Heimans.

    De popularisering slaat aan

    Heimans had juist een handleiding gepubliceerd voor het biologie-onderwijs op de lagere school, toen hij Jacobus Pieter Thijsse ontmoette in 1893. Thijsse, toen 28 jaar oud, was hoofd van een lagere school in de Amsterdamse Jordaan. Ze besloten samen boekjes te schrijven over de natuur, sterk gericht op de jeugd en, heel vernieuwend, uitgaand van de levensgemeenschap. Heimans' schrijftalent, Thijsse's ongeremd enthousiasme en hun beider pedagogisch inzicht zorgden voor een groot succes. Van 1894 tot 1901 verscheen er vrijwel jaarlijks een boekje van hun hand. Tussendoor schreven ze ook nog een Geïllustreerde Flora van Nederland en richtten ze (in 1896) samen met nog een onderwijzer, J. Jaspers, het maandblad De Levende Natuur op. Dit blad, dat nog steeds bestaat, heeft bijzonder veel bijgedragen tot de aandacht voor de natuur bij grote groepen van de bevolking.

    Op eigen kracht verder

    Door verschillende oorzaken verwatert de zeer nauwe samenwerking tussen Heimans en Thijsse na 1902. Daartoe heeft zeker ook de verhuizing van Thijsse naar Bloemendaal toe bijgedragen. Thijsse ging onverminderd voort met publiceren over de natuur. Zijn grootste bekendheid kreeg hij waarschijnlijk door de zogenaamde Verkade-albums. Thijsse schreef de tekst en de firma Verkade verpakte de plaatjes bij koek en beschuit. De aanvankelijke vier delen, elk een jaargetijde behandelend, werden gevolgd door nog 15 andere, terwijl een nagelaten manuscript (Eik en Beuk) in het herdenkingsjaar 1995, 50 jaar na het overlijden van Thijsse, werd uitgegeven. Zijn aanstekelijke stijl raakte een gevoelige snaar bij tallozen. In 1901 startte hij een artikelenreeks in het Algemeen Handelsblad. Heimans deed hetzelfde in De Amsterdammer (nu De Groene Amsterdammer). Na het overlijden van Heimans in 1914 nam Thijsse ook nog die reeks over.

    De natuurbescherming georganiseerd

    Het leraarsschap en het publiceren vond Thijsse niet voldoende om het Nederlandse volk 'natuur-minded' te maken. In 1901 is hij medeoprichter van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging (nu de KNNV) en in 1905 van de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten. In de laatstgenoemde vereniging was hij 40 jaar actief als secretaris. Daarnaast was hij actief in andere verenigingen, vooral de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels. Zijn activiteiten werden niet alleen gewaardeerd door talloze liefhebbers, ook professionele biologen zagen hem als een groot man. In 1922 werd hem het eredoctoraat in de Wis- en Natuurkunde van de Universiteit van Amsterdam toegekend. Ook uit het buitenland, uit Frankrijk en Engeland, kwamen onderscheidingen. Zijn werkzame leven eindigde in 1945, net voor het einde van de oorlog.