Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Heimans

    De opkomst van de georganiseerde natuurbescherming in Nederland is ondenkbaar zonder Thijsse. Evenzeer is de popularisering van de natuurstudie ondenkbaar zonder zijn vriend Heimans. Deze gaf in feite de aanzet tot de verschijning van populaire boekjes, die snel aansloegen. Mede daardoor kreeg de natuurbescherming brede steun.

    Een self-made bioloog

    Eli Heimans werd in 1861 geboren in Zwolle. Reeds als kind was hij zeer geïnteresseerd in de natuur. Leergierig als hij was moest hij toch zijn middelbare schoolopleiding (HBS) onderbreken om mee te helpen in de zaak van zijn vader. Hiervoor moest hij lange voettochten maken in de omgeving van Zwolle. In de vorige eeuw was daar nog veel wilde natuur, en deze tochten waren dan ook van grote invloed op de ontwikkeling van de jonge Eli. Na de vermoeiende werkdagen volgde hij nog een avondopleiding, en behaalde zo de akte voor hulponderwijzer. Deze werd later aangevuld met verschillende andere akten op onderwijsgebied. Hij was erg geïnteresseerd in hoe mensen leren en speelde een rol in het pedagogisch reveil dat rond 1890 ontstond. Daarnaast legde hij een bescheiden bibliotheek van natuurhistorische boeken aan, en breidde hij zijn biologische kennis uit tijdens lange zwerftochten door de natuur.

    Een geboren schrijver en pedagoog

    In 1889 verscheen van de hand van Heimans één van de beste jongensboeken, ooit in de Nederlandse taal geschreven: Willem Roda. De elfde (en laatste) druk van dit boek verscheen in 1956, 42 jaar na de dood van Heimans! Hij was echter niet erg zakelijk ingesteld: voor 150 gulden verkocht hij alle rechten. Na enkele kinderboekjes verscheen in 1893 van zijn hand een boekje, getiteld De Levende Natuur. Het was bedoeld als handleiding voor biologie-onderricht op de lagere school. De voorbeelden werden ontleend aan wat te zien was in het Sarphatipark in Amsterdam, dicht bij de school waar Heimans toen onderwijzer was. Later werkte hij dit boekje om tot vier flinke delen, die verschillende malen zijn herdrukt. Hij beschouwde dit zelf als zijn belangrijkste levenswerk. Terecht, want hiermee drukte hij een duidelijk stempel op het gehele biologie-onderwijs op de lagere school.

    Heimans en Thijsse, een paar apart

    De twee hoofdonderwijzers ontmoetten elkaar in 1893, bij een lezing van Thijsse. Heimans had toen al een zekere bekendheid als schrijver en biologie-pedagoog. Thijsse suggereerde hem boekjes als De Levende Natuur te schrijven over allerlei levensgemeenschappen in Nederland. Heimans stelde toen voor dat samen te doen. Zo ontstond een serie zeldzaam boeiende boekjes over bossen, duinen, moeras, sloot en plas. Vooral dankzij hun inspanningen groeide het besef in brede lagen van de maatschappij dat de natuur niet woest was, maar mooi en de moeite waard om te worden bewaard. Ze vulden elkaar uitstekend aan. De gedrevenheid en het blijmoedig enthousiasme van Thijsse, het schrijverstalent, het doorzettingsvermogen en de hang naar perfectie van Heimans, en de artistieke gave van beiden (ze illustreerden zelf hun boekjes) moesten wel tot succes leiden.

    Een veel te vroeg einde

    In later jaren ontwikkelde Heimans een liefde voor de geologie. Hij schreef een aardig boekje over Zuid-Limburg (Ons Krijtland). Naar hem is een geologisch reservaat in het Geuldal genoemd, de Heimansgroeve. In de derde jaargang van het tijdschrift De Levende Natuur, dat hij in 1896 met Thijsse en nog een onderwijzer, Jaspers, had opgericht, schreef Heimans een artikel, November-nevels getiteld, dat beroemd werd door zijn literaire kwaliteiten. Twee regels uit dit stuk zouden ook zijn grafschrift worden. Nog vol plannen en ideeën overleed hij tijdens een geologische excursie naar de Eifel in 1914, 53 jaar jong. Niemand had het treffender kunnen zeggen: "

    Wie werkte met liefde blijft leven, wie gaf van zijn gaaf, heeft voor altijd gegeven
    ".