Home

D' Amboinsche Rariteitkamer

Ook in de bibliotheek van het Nationaal Natuurhistorisch Museum bevinden zich vele wetenschappelijke parels, zoals eeuwenoude boeken met nauwgezette beschrijvingen en prachtige illustraties van dieren. Dergelijke werken geven inzicht in de verschillen tussen soorten en populaties vroeger en nu. Vaak zijn deze boeken tot stand gekomen door de levenslange toewijding van bevlogen wetenschappers die door hun ambt of persoonlijke fascinatie in de gelegenheid kwamen om verschillende werelddelen te exploreren. Een dramatisch voorbeeld van zo'n bevlogen onderzoeker is Georg Everhard Rumphius.

A' 't Hooft
Georg Everhard Rumphius.

Tegenslag

Rumphius (1628-1702) was een van oorsprong Duitse VOC-koopman die op Ambon, een van de zuidelijkste eilanden van de Molukken, gestationeerd was. Alle vrije tijd die zijn ambt hem toeliet, besteedde hij aan het onderzoeken en beschrijven van de Ambonese natuur. In dat werk kreeg hij een onwaarschijnlijke reeks tegenslagen te verwerken. Zo werd hij op 42-jarige leeftijd blind. Met de hulp van schrijvers en tekenaars en met zijn buitengewoon goed ontwikkelde geheugen, zijn kennis van vele talen en zijn tastzin, wist Rumphius deze ramp het hoofd te bieden. Vier jaar later kwamen bij een aardbeving zijn vrouw en twee dochters om het leven. In de jaren daarna kreeg hij ook nog eens te maken met brand, diefstal en gedwongen verkoop van zijn naturaliënverzameling. Dit waren stuk voor stuk gebeurtenissen die ernstig vertragend werkten op zijn levenswerk. Het origineel van zijn beroemde "Amboinsch Kruid-boek" verging met een door de Fransen tot zinken gebracht schip. Gelukkig had de Gouverneur-Generaal van Batavia uit voorzorg kopieën laten maken, zodat de manuscripten alsnog veilig in Nederland terechtkwamen.

Postume roem

Hoewel het "Amboinsch Kruid-boek" al in 1697 gereedkwam, werd het pas in 1741, bijna veertig jaar na Rumphius' dood, gepubliceerd. Dit was de schuld van de VOC, de Nederlandse onderneming die de handel op Oost-Indië bestuurde. Uit angst dat het boek concurrenten in de specerijenhandel in de kaart zou spelen, hield de VOC de publicatie jarenlang tegen. Ook de publicatie van de "Amboinsche Rariteitkamer" heeft Rumphius niet mogen beleven. Dit boek werd voor het eerst gedrukt in 1705. De "Amboinsche Rariteitkamer" is net als het Kruid-boek geïllustreerd met prachtige gravures. Het beschrijft het leven in de zee rond Ambon en de geologie van het eiland. Rumphius was de eerste deskundige van tropische schelpdieren die de levende dieren in hun omgeving beschreef. In de aandacht die hij besteedde aan gedrag en samenhang tussen de organismen onderling en hun leefgebied toonde hij zich een ecoloog avant la lettre.

A. 't Hooft
D' Amboinsche Rariteitkamer.

Inspelen op een rage

Met de titel van het boek wilde Rumphius inspelen op de enorme rage die er in Nederland in de 17de en 18de eeuw heerste om rariteitenkabinetten in te richten. Dit waren verzamelingen van bijzondere natuurlijke voorwerpen uit overzeese gebieden. De eigenaren van deze kabinetten waren meestal rijke particulieren die contacten met de VOC onderhielden. Om zijn boek ook voor deze leken leesbaar te maken, schreef Rumphius het niet in het Latijn - de voor wetenschappelijke publicaties gangbare taal in die dagen - maar in het Nederlands. In 1990 werd door wetenschappers van het Nationaal Natuurhistorisch Museum deelgenomen aan een expeditie naar Ambon. Bij het onderzoek naar de dieren die Rumphius drie eeuwen eerder had beschreven bleek nog eens hoe opvallend accuraat de observaties van de "blinde ziener van Ambon" zijn.